Where I Am

Bij het lied ‘Where I Am’, dat ik als 16 jarige puber schreef, hoort een verhaal. Toen ik 19 / 20 jaar was, mijn weg vervolgend in de hippie tijd, (begin zeventiger jaren), ben ik opgenomen geweest in psychiatrische kliniek 7 West, ziekenhuis te Heerlen, de voorloper van Welterhof. Hoe kwam dat?

Ik was na de VPJ actie in 1969, de succesvolle anti-granaatactie (tegen de oorlog in Vietnam) maatschappelijk vastgelopen, ik toog naar Heerlen, zonder kamer, zonder vaste woon of verblijfplaats, sliep in kelders (Vossekuil) of torenflat bij het oude sportfondsenbad dan wel bij aangename temperatuur in het Aambos. Werk kreeg ik niet want ik was a) overal weggestuurd van scholen zelfs van Pancratius in 1967, dat alle langharig werkschuw tuig uit de wijde omgeving opnam en herbergde. Iedere ochtend met de eerste bus uit Waubach, schoten we bij La Venetiana in Heerlen naar binnen. Je kon er via een spiegel zien wie achterin zat te spijbelen, om daar vervolgens de rest van de schooldag, één cappuccino te nuttigen. Ik geloof ik heb er drie maanden gespijbeld met mensen als Guido Ancion (ook een Bleijerheide jongen), en al snel kwam ik in aanraking met maatschappelijk werk, die zich mijn lot aantrok. Tijdens een gesprek met deze maatschappelijk werker wiens naam ik helaas vergeten ben, vroeg hij wat ik zo hele dag deed….‘nou, op straat spelen, bezoekje aan commune Minnekind waar ik later nog gewoond heb, demonstraties met het ULS (uniek ludiek circus Jon Erkens), anti-Navo acties, uh liedjes schrijven want ik nam mijn gitaar overal mee naar toe.

‘Oh, laat eens horen wat je zoal schrijft’. Nou, ik wilde hem niet meteen alle ellende van internaten opdissen zoals in ‘Answer Me’, of het pro-Viet Cong lied Ho Chi Minh dus speelde ik ‘Where I Am’, en  schreef de tekst op

You don’t know where I am, you don’t know where we are going to. In the night grows everything dark, in the night grows everything I love, in the night grows everything hard, every little thing ’cause I love you

you don’t know where I am etc.

De maatschappelijk werker keek me aan en riep verbluft..’zie je wel, ik wist het’. Ik begreep niet waarover hij het had en dacht alleen maar ‘eindelijk wordt ik erkend, herkend, gezien’!!??

‘Weet je wel wat je daar heb opgeschreven’, vroeg de man. ‘Ja, maar weet niet wat u er in ziet / zoekt’, vroeg ik retorisch?

‘Okay, het enige wat ik je wil zeggen is dat wij???? (wie kwam niet aan de orde), je willen onderzoeken op afdeling 7 West Welterhof Heerlen, het is voor ons erg interessant om mensen als jij beter te leren begrijpen. Ze bedoelden daar uiteraard de hippies mee waar psychiatrisch onderzoek ontbrak. Er was weinig bekend over in die tijd, behalve het imago dat de hippies zich kapot neukten en blowden. Ik (where I am), liet me gewillig opnemen in het ziekenhuis met slechts een belofte: ik zou uitkering aanvragen en dus kamer kunnen huren.  Op 7 West (open afdeling in tegenstelling tot de gang ernaast 7 Oost gesloten afd.) was het vaak vette stress want er liepen mensen met behoorlijk psychiatrische problemen rond zoals verwilderde vrouw, die op ieder ongewenst moment binnenkwam om de bloempotten van de vensterbank te gooien of ze in opstand kwam tegen een vermeende burgerlijke ethiek. Waarschijnlijk had zij minder prettige ervaring met de romantiek (#metoo onbekend).

Toen kreeg ik voorstel om een ruggenprik te ondergaan, ook dit liet ik gewillig toe, hoewel het behoorlijk gevaarlijk is. Je moest op je rug, helemaal gekromd met je benen tussen je hoofd en een lange spuit in je ruggenwervel om liquor cerebrospinalis of verkort liquor genoemd, af te nemen. Deze waterige vloeistof die zich in en om de hersenen en het ruggenmerg bevindt. Dat werd bij mij dus uitgenomen en onderzocht. Ik moest daarna drie dagen platliggen en mocht niet uit bed wat ik natuurlijk wel deed maar na een paar stappen viel ik om, misselijk en moest braken.

Tegenover mij lag een oud mijnwerker, die door de jarenlange afdaling in de zwarte aarde, depressief was geworden. Ik moest voor hem altijd een lied spelen ‘To Ramona’ van Bob Dylan. Ook zat op mijn afdeling een priester-man uit de missie en dat gaf natuurlijk meteen problemen. Ik sprak hem een keer in de gemeenschap ruimte en hij vond de moderne tijd maar niks hoe hij, na tientallen jaren afwezigheid uit Europa, terug kwam en zag dat er ontzettend veel verandert was. Ik zei tegen de priester-man: ‘er is nog veel te weinig verandert’. De priester-man stond op en heeft nooit meer tegen me gesproken.

Veel begeleiding heb ik niet gehad behalve een confronterend gesprek met verzorger die beweerde dat alles voorbestemd was, je hoeft kortom niet zoveel na te denken, zinloos dus. Frappant was wel de jeuk aan mijn piemel. Ja, hoor ik had mijn onderhuid van de penis waarschijnlijk door gebrek aan huis en douche gelegenheid slecht gewassen en er was een schimmel ontstaan. Meteen zag ik mijn hele bed bevolkt met psychiaters, zusters en nonnen, aanwezig personeel die allemaal met grote ogen naar mij staarden….’het was dus toch waar wat in de Panorama en andere kranten stond, deze jongelui neukten zich suf. Ok, ik werd wederom onderzocht en het bleek zeep te zijn wat ik niet goed afgespoeld had. Clean in the end. Ik heb er een maand verbleven en ben toen gevlucht…one flew over de cuckoo’s nest.