The Young Ones

Cliff Richard heeft een schikking getroffen met de politie van South Yorkshire, nadat de zanger door de BBC en de politie in verband werd gebracht met een zedendelict en een politie-inval in zijn huis op televisie werd uitgezonden.

Volgens The Guardian heeft een rechter vrijdag bevestigd dat de advocaten van de politie en de Congratulations-zanger samen tot een overeenkomst zijn gekomen, maar het is niet bekend wat de schikking met de politie inhoudt.

In 2014 deed de politie onderzoek na aantijgingen van kindermisbruik tegen Richard. De BBC werd door de politie ingelicht over de inval en zond beelden ervan uit op televisie. De 76-jarige Richard diende een aanklacht in tegen de BBC en de gerechtsdienaar, wegens inbreuk op zijn privacy en het feit dat de beschuldigingen hem substantiële schade zouden hebben toegebracht.

De politie van South Yorkshire heeft zijn excuses aangeboden voor het doorspelen van de informatie aan de media tijdens het onderzoek. Met de BBC blijft de zanger nog in conflict. Eerder verklaarde de omroep om zich krachtig te verdedigen in het conflict. Volgens een woordvoerder van de omroep werden de ontkenningen van de beschuldiging van de zanger wel vermeld in de berichtgeving over de zaak.

Ook in de zaak Nicky Verstappen blijkt een deal tussen censuur omroep L1 met het OM. In Limburg wordt altijd op verschillende niveaus met de juiste partijen samen gewerkt. Maanden werd de persconferentie in stilte voorbereid door L1 en het OM. L1 is niet te vertrouwen, hun berichtgeving dient te vaak de katholieke kerk, is eenzijdig, feiten en meningen worden verdraaid, weggelaten, en andere geluiden (kritische) worden niet gehoord. Onafhankelijkheid is ver te zoeken. Het OM ontzegd MCU al jaren een artikel 12 procedure, door de kamer toegezegd, ze laten een onderzoek naar het reilen en zeilen van de kerk niet toe.

Terug naar Cliff

In 2013 werd Richard door vier mannen beschuldigd van seksueel misbruik, dat zou hebben plaatsgevonden in een periode tussen 1958 en 1983, een beetje de periode dat het misbruik hoogtij vierde in kerkelijke instellingen. De zanger ontkende in alle toonaarden dat hij iets met de beschuldigingen te maken had. In 2016 werd besloten dat Richard niet langer verdacht werd van een zedendelict. De politie in Yorkshire zei dat er te weinig bewijs was om de Britse zanger te vervolgen.

The Keepers

by Jerri von den Bosch

The trauma she and his other victims suffered is unspeakable. But that trauma has had a ripple effect, often overlooked, affecting their friends and families. We are the sounding board for victims even when we don’t want to be. Even when we believe we are incapable of it.

My family has spent the last two and half years hearing about “The Keepers” in its various stages, giving my mother space so she can be filmed with no pressure from the family, driving her to Baltimore for various meetings, and just listening to her talk about her abuse. What probably does not come across in the docu-series is that the sexual abuse that was committed against these girls at Keough in the 1970s is a 24/7 reality for them. It affects how they act, think and communicate. My mom does everything in a guarded manner. No amount of money, prayer or time will change her life now. Because of my mother’s abuse, she has only ever been able to be a friend to me, and a distant one at that. This may seem fun growing up, but children need parents, someone to set parameters and guide them.

My mom and I sat down a week ago Friday, the day “The Keepers” premiered, to watch it. We were excited to see our friends and cousins on Netflix, despite the gravity of the topic. It was funny to us that these very not famous people were on TV. We watched the entire series together in one day. Sometimes an expletive would fly, and sometimes there was radio silence in the living room. About three hours into viewing, I logged onto Facebook to find hundreds of messages of support from around the world. I told my mom and she broke into tears: “No one ever believed us before!” she said.

My parents protected me from knowing about my mom’s abuse as best they could. When I was in my mid-20s, they revealed it to me. To their surprise, I already knew. I’m not sure if that came from a child’s intuition, or from eavesdropping on adults. But I knew.

To date, my mom has had a stroke and more heart attacks than I can count. She smokes, even though she knows she should quit. As I was growing up, so was my mom. We initially entered college together, finishing our different degrees at different paces. As I continued to mature, I noticed that my mom did not. She seemed to be stuck in an adolescent state. So as I continued to grow older, we grew apart.

In all of her efforts to protect me from being sexually abused as a child I wound up experiencing both it and violence in my marriage. When I divorced and returned home, it seemed that the pain of my abuse reopened her wounds. She became more guarded and more in need.

So, because of our abuse, I have a rocky relationship with my mother. We sometimes enjoy time together. But most of the time we bicker over things.

I don’t expect our relationship to improve anytime soon. But I will say that after watching “The Keepers” I have come to a profound understanding of her pain. The wall between us seems lower.

Jerri von den Bosch is a theology student in Pennsylvania. Her email is Jwarad@gmail.com.

Losers

‘Losers, remember that, they are losers’, terwijl ik dit schreef gaf Trump een persconferentie met Palestina leider Abbas waar zijn land ooit met valse getuigenissen Irak binnen viel, driehonderdduizend doden tot gevolg met veel onschuldige kinderen, het destabiliseerde het midden Oosten, een typische reactie / commentaar op terrorisme en de ‘losers’, die blijkbaar alleen aan ‘de andere kant’ bestaan. Echter niet alleen onze doden tellen, ook zij, moslims, kinderen zijn slachtoffers van gruwelijke daden van de losers uit het westen. Bush en Blair hebben onrechtmatig Irak aangevallen onder valse voorwendsels en leugens. Deze geweldsspiraal gaat tot op de dag van vandaag, gewoon door.

De kinderen in het ‘oosten’ zijn even onschuldig als de kinderen, tieners in Manchester. ‘Morning of death’, zoals Trump het noemde is al sinds de oorlog in Vietnam, aan de orde van de dag, ‘a circle of blood’, zou ik het willen noemen maar geef eens een visie die jezelf, jouw land, ons land, Europa, USA betrekt in het verkrijgen van vrede want na de gruwelijke attaque in Manchester is de ‘peace preach’, geen snik waard wanneer je zelf voor ‘een spoor van vernietiging door de geschiedenis’ zorgt. Loser!

De heimwee moord

De moord op Nicky Verstappen

 

Niets viel er te bewijzen, niets liep zoals een moordzaak behoorde te verlopen. Sporen vertrapt, een trage forensische aanpak, kortom niets viel op zijn plaats. Vele vooringenomen standpunten, aannames en andere, eventuele richtingen werd niet op ingegaan dus daar waar het is gestopt, ga ik verder. Bewijzen zijn er niet waarom zou ik ze dan hebben als het OM scenario’s weigert te onderzoeken. Men wilt in deze zaak alleen publiceren als er bewijzen zijn maar die zijn nogmaals ‘vernietigd of in een kluwen van raadselachtige ontkenningen terecht gekomen. Het spoor ‘de katholieke kerk’ wordt niet eens onderzocht dan wel terzijde geschoven. Graag wil ik enkele namen openbaar maken om deze cold case te heropenen, een poging om de zaak Nicky Verstappen open te breken. Deels hou ik enkele namen fictief, andere maak ik openbaar daar dit de namen zijn zoals ze in sommige publicaties en kringen al worden genoemd. Ik doel op: wederom de ‘kerk’ en het homo milieu rond de Heikop. Nogmaals er is vooralsnog geen bewijs, het is een scenario dat zichzelf ontvouwde, ik moest alleen al die stukken op een andere manier aan en in elkaar schuiven. Wat sommige deskundige ervan vinden laat me koud want zij hebben met hun professionele mogelijkheden, hun technisch apparaat, geen enkel bewijs boven water kunnen halen.

Na enkele gesprekken met mijn bron, waarvan ik de uitkomst al vermoedde, heeft mijn bron noch ontkend, echter bevestigde dat zijn eerdere uitspraak dat de Rolduc kok Jacobs (Samson in mijn oorspronkele verhaal) wel aanwezig was op het kamp, niet ingetrokken: “Nee, kan ik mij niet herinneren dat ik dit zo tegen jouw gezegd heb. Hij, Jacobs moest wel vaker weg naar de winkel, en kwam dan terug”!

Jacobs had een alibi (??? wie oh wie) maar was voor het OM lange tijd hoofdverdachte.

Ook de bron van Paul A., wiens naam bekend is bij OM Maastricht, bevestigen dat er sterke geruchten waren in het homo-milieu / kroeg waar Paul A. vaker kwam, dat hij iets te maken zou hebben met de moord op Nicky. Paul A. pleegde zelfmoord waarna de geruchten alleen maar toenamen.

Niemand bezit de waarheid, ook ik niet, en ben uitgegaan van een mogelijk scenario dat de weg volgt van deze heimwee moord, volle maan, de zwoele nacht, de aanwezige pedofielen, ze beschuldigen elkaar en wijzen iedere verantwoordelijkheid af. Een heldere analyse wordt vermeden, alles en iedereen mijdt angstvallig de aanwezigheid van het priesterstudenten- scenario. Ook Peter de Vries stuurde mij een mail uit Afrika, en kon helaas niet direct reageren. Toen hij eenmaal vernam dat het verhaal uit mijn koker kwam, kreeg ik botweg geen antwoord meer om een eventuele ontmoeting te regelen. Peter heeft het te druk met talk-shows, en wanneer hij de hilarische onvolkomenheden in klungelige politie series mag analyseren, kan hij de waarheid naar eigen dunk ronselen, dan is het lekker scoren maar deze zaak laat hij rusten daar hij een tunnel visie heeft ontwikkeld die de waarheid alleen maar verder vertroebelt.

Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal.

Bert Smeets

Tekeningen Raph de Haas

Scenario: DE HEIMWEE MOORD

Op een Augustus ochtend tussen vijf en zes uur, springt Nicky op. Een vreselijk paniek maakt zich van hem meester. Zonder na te denken loopt hij naar buiten, blootsvoets en met ontbloot bovenlijf. Het is warm, de hele nacht koelde het nauwelijks af in de tent. Een afschuwelijk gevoel, een hem wel bekend vergif grijpt hem voor de zoveelste maal bij zijn keel, voeten, handen, zijn hele lijf! Nicky moet weg of beter het gevoel dat hem bekruipt moet weg. Nicky wil naar buiten, naar huis of iets hem in zijn hoofd opdroeg plotseling op te staan…ga, voor het te laat is. Ga!

Nicky, slechts elf jaar, kende deze vrees voor deze leegte maar al te goed, heimwee, een pijn die hem van binnenuit verschrikkelijk opjoeg. Twee jaar geleden moest hij ook al opgeven en keerde hij vanuit het zomerkamp de Bever terug naar Twinnen het dorp waar hij opgroeide. Dat was de reden dat hij vorig jaar het kamp had overgeslagen, liever tijd met zijn familie en hond door te brengen dan dolen in een rusteloze ziel zonder huis. Nicky’s ziel verachte die lege plek, dat immense gat in zijn bestaan, deze toestand die zich zomaar in hem kon oprichten. Heimwee, een gevoel van uiterste eenzaamheid. Toen Nicky plotseling wakker werd met deze gevoelens deed hem dit opnieuw stikken, een heuse schaduw des doods.

Heimwee, het heeft vele voeten maar geen vleugels, het kan alleen kalmeren wanneer het zijn bestemming bereikt. Getroost worden kan pas wanneer het de lucht inademt van zijn eigen kamer, dan verdwijnt heimwee via alle kieren, deuren en gaten naar buiten. Heimwee waar komt dit toch vandaan? Dat je op een plek bent waar je alleen maar denkt aan thuis, je de schoonheid van het land niet ziet, de hei, het dwarrelende, hete maanstof dat rond de tenten waait, tegen kurkdroge dennenappels schopt, dat het gelach vreemd opklinkt uit al die kelen die thuis verlaten hebben om ergens anders te zijn. Vreemd, Nicky vond het allemaal vreemd, dit vreemde land is doordrongen van heimwee, het roept het op, het wil verlaten zijn, zo beredeneerde Nicky. Heimwee is cruciaal in een poging zijn lot te kunnen keren dus moest hij naar huis, ‘ik wil weg, ik wil weg’ schreeuwde het in zijn hoofd dat angstig opkeek tegen deze vlek die alle stof zwart kleurde.

561980_10202259477673414_1381628496_n

Het, dit ding, deze stoffige grote vlek is een vreemd spook dat hem wilde veranderen, misschien wel zijn grootste angst. Niets mocht hem veranderen, hij wilde blijven die hij was, een jongen die graag  vrienden maakte, zelfs vreemde vrienden uit het nabijgelegen internaat de Spider, maar zelf bleef hij trouw aan zijn kleinheid. De grootsheid moest van anderen komen die kon hij bewonderen, hij moest klein blijven, dat was zijn lot.

Nicky kruipt zachtjes uit zijn tent, geruisloos want in deze zielstoestand mochten zijn vriendjes hem niet zien. Buiten loopt Nicky direct naar de douches daar hij iemand zag lopen. Voorzichtig loopt hij over het dorre terrein naar de persoon die hij aanvankelijk niet herkend maar al snel ziet dat Jacobs, die met bezigheden rond het voorbereiden van het ontbijt, dingen klaarzet voor de jonge priesterstudenten. Jacobs loopt richting toilet en ziet Nicky op hem afkomen.

“Ik wil naar huis”, stamelde Nicky. Samson begreep dat hij zijn plicht moest doen om deze jongen te helpen, en fluisterde intuïtief, ”‘geen zorgen, ik rij je wel naar huis, wacht even”. Jacobs keek over het terrein zag dat verderop, de kamp oudste, uit zijn tent kroop en op de toiletten afliep. Samson nam Nicky mee naar achter de waterbak om zo weinig mogelijk zichtbaar te zijn voor het hoofdgebouw als voor het tentenkamp. De kamp oudste naderde de toiletten terwijl Samson haastig naar hem toeliep. “Nicky, staat daar achter, hij voelt zich niet goed, de jongen heeft heimwee en wil naar huis. Ik breng hem naar huis, dat wilt hij”! “Ach, die jongen heeft altijd last van heimwee”, dimde de kamp oudste Samsons toon. Samson keek de kamp oudste aan met een blik: ‘kijk, ouwe, waar bemoei jij je mee’? “Al goed, als jij nou even bij de jongen blijft, haal ik Temazepam, dat hij rustig wordt”, kalmeerde de kamp oudste zijn toon. Terwijl hij zich omdraaide en in een sukkel drafje terug naar zijn tent liep, ging Jacobs direct naar zijn auto, en zwaaide naar Nicky om in te stappen. “Wat moet ik toch met jouw”, richtte Jacobs zich naar Nicky? “Ik wil naar huis”!

De vroomheid waarmee dit gepaard ging deed Nicky geen moment twijfelen. Jacobs spon garen bij dit brave, vrome gedrag dat hij aangeleerd had, het soort scholen en instituten waar hij opgevoed werd met maagdelijke voornaamheid en dit vol goddelijke bezieling naar buiten toe bleef uitdragen. Het was een soort tweede natuur geworden deze vroomheid, een pak dat hem als gegoten zat, gelijk een mode ontwerper die zijn stijl voor jaren had vast gelegd. Alles was schijn aan Jacobs, zijn wereld waarin hij verkeerde als de orgie op Rommelveld waar niemand weet van had. Wat weet zo’n kind, dat nu volledig afhankelijk van hem is door te suggereren Nicky ‘naar huis’ te brengen, wat weet zo’n kind nu van het leven? In Jacobs wereld, ‘de jonge mannen republiek’, waar bijzondere vriendschappen ontstonden, kregen ze immers les in zaken waarmee zij de wereld makkelijker konden tegemoet treden. Men noemde dit ‘het sextum’ waarin allerlei vormen van seksuele handelingen ter sprake kwamen. De studenten leerden in het ‘sextum’ om te gaan met afwijkingen zoals seks met dieren, seks met kinderen, kortom het hele scala aan menselijke baatzucht kwam voorbij. Daar moesten de seminaristen zich op voorbereiden wanneer zij later de biecht zouden afnemen en al deze schraperige scenario’s vanachter een luikje moesten aanhoren. Zij, de kerk, had hier eeuwen ervaring mee, een schat aan unieke informatie verzameld met de toorn Gods. Ondanks dat seksuele contacten onderling, en zelfs tussen leerling en onderwijzer biechtvader, oogluikend werden toe gelaten want je kunt je beter in je jeugd uitleven dan straks in een celibatair bestaan te moeten opsluiten, was het stille advies van zijn opvoeders. Nu, het is zomer, volle maan en een prille, zwoele dag voor de boeg. ‘Hij is ons wel iets verschuldigd,’ beredeneerde Jacobs terwijl hij de kamp oudste bij de wasbak tegemoet liep. ‘Hij, die ouwe wil alle jongens voor zich opeisen maar die tijd is voorbij. Ik regel het wel dat die lul zich er deze keer gewoon buiten houdt’. Met deze ergernis en boosheid aan verwijten nam Jacobs de Temazepam in ontvangst. Twee dagen geleden had de kamp oudste de geestelijken en jonge Rommelvelders nog verzocht om een mis op te dragen voor de achttien jarige Hendrik in het hoofdgebouw van de Bever. Er mochten geen kinderen bij aanwezig zijn, een sentiment dat alleen bestond om geen onnodige contacten tussen de kampers uit te lokken.

Twinnen en de studenten van Rommelveld zomaar te laten ontstaan, kon zo tot een minimum beperkt worden. Controle over alle banden, en zeker niet in het begin aanwakkeren met een collectieve ceremonie rond de dood van een jongen. Je laat onbesuisde studenten niet in contact komen met onschuldige kinderen die uitgelaten in korte broeken rondrennen en snel contact maken. Deze angst speelde altijd op bij de Rommelvelders. Er moest enige vorm van controle zijn doch alles leek op een macabere wijze te zijn voorbestemd. Een vloek leek zich vanaf het begin over dit kamp uit te strekken. De kamp oudste kreeg van Jacobs het teken dat hij het zelf wel afhandelde, nam de temazepam in ontvangst en hield een glas water voorzichtig onder de kraan. “Ik moet nog even iemand op halen, hier in de buurt, je weet wel daarachter”, wees met zijn hand richting het bos”, en daarna rij ik Nicky naar huis”. Jacobs aanwijzing bevestigde de kamp oudste het vermoeden dat het ging om ver achter de bosjes, rond de parkeerplaats waar een homo ontmoetingsplek lag, en desperado lotgenoten waar Jacobs en nog iemand… menigmaal hun vertier zochten.

1240202_10202273125974613_1747343474_n

“Sjjjjttt”!

Jacobs drong met zijn blik de reactie van de kamp oudste terug door hem even heel strak aan te kijken. Hij wist wat dit betekende, zwijgen over de omstandigheden zoals dat vaker voorkwam in zijn leven, in zijn sacrale omgang met de humano silencio. Wat moest dit voorstellen? Een uitruil tussen zijn verboden verleden en Jacobs eigenbelangetjes op het spel zetten? De gelegenheid maakt het misbruik slechts één enkele keer mogelijk, en zo’n moment had zich spontaan, geheel vanzelf, gemanifesteerd, dat was het signaal dat Jacobs aan de kamp oudste gaf. Jacobs had inmiddels de Temazepam in een glas water opgelost. “Ik rij hem naar huis, nu”, beklemtoonde Jacobs draaide zich om en liet de kamp oudste ijskoud staan. “Nicky, neem dit en je voelt je dadelijk wat beter”! Achter in de auto dronk Nicky de hypnotische slaappoeder helemaal op.

DE SHINTO BAR

Jacobs stond op het punt om weg te gaan, althans dat had hij afgesproken met Paul A., een nogal gezette homofiel waarmee hij diep in de nacht tot drie uur sluitingstijd was doorgezakt in de Shinto bar. Jacobs had de dronken Paul A. voorheen bij de parkeerplaats afgezet. Jacobs zou over het homo ontmoetingsgebied met Paul A. meestruinen, daarna even naar het  ontbijt kijken, en Paul A. weer oppikken. Paul A. zat altijd alleen in de Shinto, hield zich afzijdig van de anderen, was niet echt een hot-piece of enigzins gewild onder de dwangmatig, flirtende homo-scene van de Shinto. Jacobs kende hem van vele carnavaleske feesten met maskers en uitdossingen die te denken gaven. Waar mannen zich als vrouwen verkleden en vrouwen het zogenaamd doen met iedereen. Het paste bij deze feesten om deze verborgen kanten te showen, van de duistere kant van Paul A.’s dubbelleven tot Jacobs leefwereld, net als de kamp oudste, ze hoorden allemaal bij dezelfde zwijg en feestclub. Paul A. kende twee volkomen tegengestelde kanten: een kant was zwaar autistisch en een andere kant van Paul A. liet zich voorop in de optocht des levens meeslepen en bejubelen. Paul A.’s vader was hoofd van de Hubertusschool, een katholieke instelling vlakbij zijn woon / werkplek, de leerinstelling Rommelveld. Een kleine wereld, allemaal katholieke vrienden die weten wanneer zij moeten praten en vooral wanneer zij moeten zwijgen. Paul A., en Jacobs, de zwaar shag rokende kok van Rommelveld, wilden die ochtend een ‘hot full-moon’ uitstapje beleven immers alle ingrediënten waren aanwezig, een droge, zwoele nacht met hoge temperaturen die de alcohol rijkelijk liet vloeien, een volle maan die over deze nacht wel leek te willen uitspatten. Jacobs verzocht de in paniek geraakte Nicky rustig te blijven, “je bent zo thuis, ga maar wat slapen”! Paul A. kon zijn ogen niet geloven dat hij die morgen, na een heet avondje in de Shinto met gulzige, donkere geile blikken van vele homo-paren, nu met zijn eigen ogen het puurste jongensvlees kon aanschouwen. Temperaturen om alle geestelijke aspiraties even aan de blote konten wilg te hangen, een frisse jongen van elf met zijn mooie, ronde donkere ogen, geheel met ontbloot bovenlijf, had in zijn auto plaatsgenomen.

MAANSTOF

De kamp oudste liep meteen terug naar het kamp om te luisteren of er stille getuigen waren van Nicky’s afwezigheid. Zijn ogen dwaalden over het schemerige terrein, de morgen kneep de laatste  duistere vlekken uit zijn ogen, de tientallen tenten stonden kris kras door elkaar, en het kamp leek met een fijn soort maanstof te zijn besproeid. Haastig keek hij naar de ritsen of ze dicht waren, de rits van de tent van Nicky stond nog open en ondanks dat hij naar binnen kon kijken, trok hij de rits zachtjes dicht.

Nicky was weg met Jacobs mee naar huis maar de kamp oudste wist wel beter, dit ging weliswaar buiten hem om maar hij wist dat Jacobs in de buurt van kinderen, gevaarlijk kon zijn. Hij kende zijn eigen soort, ruim veertig jaar geleden werkte hij op een internaat waar ook de broer van een bekende geestelijke, kardinaal, les gaf. Overigens werd in het Deetman rapport de ‘broer’ als een ver familie lid voorgesteld??  Deze geestelijke kende het internaat de Spider waar de kamp oudste na zijn veroordeling was aangenomen en waren het juist deze priesters geweest die hem geholpen, gesteund en bovenal vergeven hadden. Hij kon pochen door al deze mensen bij naam te noemen voor een terugkeer in de kleine maatschappij van Twinnen, een wereld die voortkwam uit deze hemelse genade, een ruif van God.

De kamp oudste en zijn goeie contacten met kerkelijke figuren zijn altijd voor hem belangrijk gebleven, hij bevond zich als lekenfiguur midden in deze poel van macht die de hulp aan kinderen als ‘leidmotief’ uitdroegen om hun heilswerk te kunnen volbrengen. Alleen hij had de pech dat hij veroordeeld werd wegens misbruik maar anderen die veroordeeld werden kwamen er met hulp van de bisschop of andere geestelijke weldoeners vanaf. Er bestond altijd een goed overleg tussen OM en de kerkelijke verantwoordelijken wanneer het op misbruikzaken aankwam. Hij, de leek en kamp oudste, had het aan hun te danken dat hij na zijn veroordeling weer terug in de kleine Twinse maatschappij langzaam werd gerehabiliteerd. Zij konden een sepot helaas niet bewerkstelligen daar hem geen priesterbescherming ten deel viel. De kamp oudste belandde in de gevangenis maar uiteindelijk gaat het erom of je iemand vergeeft: de Spider gaf het voorbeeld door hem in dienst te nemen, het dorp vergaf hem in de hoop dat interne maatregelingen zouden helpen op een spoedige genezing.

Werken bij de Spider was deel van het genezingsproces door te beweren dat het werk met moeilijk opvoedbare kinderen pedagogisch vaak onverantwoord is, dat de ravottende kinderen wel schoon te bed moesten, vandaar dat ook hun geslachtsdelen goed gewassen werden. De broer van kardinaal Simonis moest zich tegen seksuele beschuldigingen ooit verdedigen.

Soort zoekt soort, zo is het altijd geweest maar deze maal voelde de kamp oudste zich er heel ongemakkelijk bij. Hij voelde dat hij de Temazepam niet had moeten geven, een half tablet is voldoende voor de korte termijn rust maar voor hij het wist was de auto met Jacobs en Nicky weg. Het toeval liet die ochtend alles in een andere volgorde plaatsnemen. De auto was van P.A. De temazepam van de kamp oudste, het plannetje van Jacobs. Paul A. en Jacobs waren die ochtend naar de ontmoetingsplek gereden, ook omdat Jacobs alleen het eten wilde voorbereiden en daarna zou hij Paul A. oppikken bij de parkeerplaats van de Bloemerheide. Dit verschafte Jacobs weer een alibi dat hij niet in het tentenkamp was geweest.

Nicky had het ‘pammetje’ in een glas water op een lege maag ingenomen. Binnen enkele minuten kan het amfetamine spul gaan werken. Een Australisch onderzoek naar Temazepam had uitgewezen dat het sterk kan verschillen van persoon tot persoon en Nicky was die ochtend niet helemaal uitgerust, integendeel er was ruzie geweest met een van zijn kameraadjes, laat te bed met een griezelverhaal over een jongetje dat zomaar zou verdwijnen. Daarbij taste heimwee alle zenuwcellen in hem aan, een volledige geestelijke verwarring maakte Nicky verdoofd, verblind. Temazepam behoort tot de meest voorkomende drugs die tot zelfdoding leidt, een slaapverwekkend middel met fatale gevolgen.

Daar wist Nicky niets van, Nicky wist niets, voelde even niets meer en dommelde weg. “We gaan naar Twinnen”, zong Jacobs, “we gaan naar “Twinnen, Twinnen Twinnen”, het stelde Nicky gerust want dat hoorde hij nog: ‘Twinnen, winnen..winnen deed hem altijd plezier. Jacobs Rommelveld en zijn verkennergroep uit Twinnen waren al heel lang dikke vrienden, immers ze lagen samen op camping de Bever, te Bloemerheide, hoe romantisch.

Nicky was even recht gaan zitten om te kijken wat er aan de hand was. Verbaasd keek Nicky vanuit de auto om zich heen maar vertrouwde op Jacobs, zijn reddende engel uit het andere kamp, en ging weer liggen. Nicky’s probleem hoefde niet meer benoemd te worden, zij, de kampleider, die Nicky vanuit een ooghoek bij de wasbakken had zien staan overleggen, hij en Jacobs hadden gelijk zijn probleem herkend en zouden hem veilig naar huis brengen. Het enige waar Nicky echt aan kon denken, naar huis, oh naar huis, hoe graag wilde hij naar huis.

1394399_10202370929259634_984611318_n

GEHEIME FILM

De kamp oudste was ondertussen zijn tent ingekropen om over de situatie na te denken. Buiten adem probeerde hij alles op een rijtje te zetten. Hier had hij het pammetje in handen gehad, door midden gebroken, hij kende de uitwerking van dit middel maar al te goed, ‘een halve pil want hij wilde geen heel tablet geven, dat was verstandig. Nu, nee er mocht geen spoor achter blijven want mochten er zaken fout gaan, dan konden de miniscule korrels van het ‘pammetje’ hem wel eens fataal worden. Hij voelde zich steeds slechter over de ontstane situatie die hij had laten gebeuren of hij in een film zat, een oude film waar hij menigmaal zelf een rol in had gespeeld, een rol die hij van buiten kende als volwassen gebleven kind. Zijn hele leven dicht in de buurt van kinderen. Deze geheime film had de kamp oudste echter geen grip meer op, het kreeg een ongeschreven scenario dat doordraaide in zijn hoofd, hij wilde het stop zetten maar hoe hij zich ook verzette, de film bleef steeds hetzelfde onheilsspellende scenario afspelen. Hij schrobde en veegde met blote handen waar hij maar kon, ondertussen draaide zijn hoofd overuren. Zijn naam was direct en indirect verbonden met een lange geschiedenis van misbruik, namen van leiders, broeders en vele anderen konden worden genoemd en meegesleurd in deze morbide afgrond van kinderspielerei. Niemand ondernam er ook echt iets tegen, er hing decennia een stijlvolle status-quo bij het OM en de geestelijkheid om God niet in diskrediet te brengen. De politie was bij vele misbruik zaken onder de indruk hoe sommige geestelijken werden aangepakt door de kerkleiding. De arme, celibataire daders werden onmiddellijk naar het platteland gestuurd om de rest van hun leven met een zwart kruis boven hun hoofd te werken.

Krom, voorover gebogen, tot ze erbij neervallen zouden ze ‘in het verborgene’ gestraft worden. Hoe zij hun kaders kenden door meteen pasklare maatregelen te nemen. Afdoende therapeutische maatregelen werden altijd getroffen door de kerkelijke leiding zolang het maar niet naar buiten lekte. Dan was het logisch dat deze paters, priesters, broeders, nonnen in seksuele nood verkeerden, zij konden niet, mochten niet, een vorm van geestelijke onrijpheid moest weer gezond, met Godsliefde worden aangepakt, aldus luidde het credo van de kerkelijken. In werkelijkheid pakte niemand deze kinderspielerei aan, niemand durfde, niemand wilde. Aan de gevolgen van misbruik bij de slachtoffertjes werd niet bij stilgestaan.

Bij bekendmaking van misbruik door geestelijken  zouden de emoties hoog oplopen, het zou Twinnen en verre omstreken in vuur en vlam zetten. Niemand zou nog enige controle hebben over de situatie, de emoties, de verdachtmakingen zouden uit diepe beerputten alarmerend naar buiten klinken. Mensen die zelf het meest te verbergen hebben slaan het eerste door, daar was de kamp oudste als oude rot van doordrongen. Dan was hij kregelig over het feit dat Nicky de vorige avond nogal gedurfd zonder zwembroek onder de douches had gestaan, anderen mogelijk op verkeerde gedachtes te brengen. Nicky riep door zijn provocerend gedrag en het tekenen van grote piemels de nodige onrust op, binnen als buiten het tentenkamp. De kamp oudste zuchtte en jammerde binnensmonds in zijn tent. ‘En dan! Wat gaat die verknipte gek Jacobs uitspoken, het voelt vreselijk, het is niet pluis en hoe meer ik erover nadenk hoe erger het wordt. Ze gaan dit kind toch niet onder invloed van zijn temazepam misbruiken’.1376624_10202428987071043_1708155849_n

Met mijn stomme kop heb ik dit uitgeprobeerd bij Mayke om te kijken hoe het werkt, ik heb zelfs haar kleren aan en uitgetrokken of ze iets in de gaten kreeg. Niets, wonderbaarlijk spul. God, ik heb niets met haar gedaan, ik zweer  het. Ik wilde graag chaperonneren, iemand een makkelijke middag bezorgen zodat hij met een gerust hart kon oppassen. Hoe de kamp oudste ook alles probeerde te beredeneren oude geesten en demonen waren gewekt en hij kreeg ze niet meer in de fles.

Ik mag geen rare dingen doen, zo ver mogelijk weggaan van deze plek. Ze mogen geen sporen van temazepam vinden daar ik in mijn tent, puur uit zuinigheid en uiterste voorzichtigheid een pilletje heb doorgebroken. Ieder spoor zal naar mij wijzen. De kamp oudste liep, nadat hij zijn tent had schoongemaakt, naar de keukentent daar praatte hij met Willem, ging ondertussen door met opruimen, schrobben om aan te geven dat er iets mis was, dat iets weggepoetst moest worden. Toen schoot hem te binnen dat hij Sjors moest wekken, ging naar zijn tent en maakte hem wakker op een manier die Sjors doet schrikken. De kamp oudste rammelt aan zijn voeten. “Hey, wat! Is er iets”? “Nee, wakker worden”? “Wat, is er”? “Niks, opstaan”! De kamp oudste verliet de tent, “sta op, ik zie je zo”. In de keukentent waar de koffie geur je vol tegemoet komt besluit de kamp oudste opeens met de stille trom te vertrekken, “ik ga naar de begrafenis van Dirk, ik moet me daar laten zien”. Sjors keek de kamp oudste na, en voelde dat er iets mis was maar begreep dat hij de leiding van het kamp in handen moesten nemen, en dat gaf hem kracht en macht, ‘als je ergens de baas over bent moet je dit ook waarmaken’. Macht over kinderen voelt altijd goed.

ONDERTUSSEN IN DE AUTO

Nicky’s sedatie wekte enige bezorgdheid bij de beide mannen. Hij schokte een beetje, zakte onderuit en draaide met zijn ogen. Jacobs zat achter het stuur en Paul A. hield Nicky in de gaten.

“Heb je nog wat te drinken voor de jongen”, riep Jacobs. “Ja, in het dashboard zitten wat blikjes”. Paul A. pakte een blikje bier en trok het ferm open. “Nicky, even wakker worden, drink, dan voel je je snel beter”.

“Ha, hij drinkt gewoon bier, het kereltje is dorstig. Is goed mannetje, niet alles, kom geef hier dat blik”. P.A boog zich naar Nicky, die zich gelijk op de achterbank liet vallen. “Jeetje die kan niet veel hebben, het lijkt niet zo best met hem te zijn”! Jacobs draaide zich om, “wat gebeurt er dan”, en keek snel voor zich om niet de Bloemerhei in te rijden. “Christus, ik kan het niet goed beoordelen maar het lijkt dat Nicky niet lekker is”?

Laten we eerst even checken hoe Nicky’s staat is”. Samson gaf gas, ree langs het lager gelegen kerkhof, over de  provinciale weg die precies tussen de dorpen lag, slechts een paar kilometer verder bevond zich de werkplek van Samson, de veilig afgelegen leerinstelling Rommelveld, daar konden ze kijken wat er aan de hand was met het jongetje. “We zullen gelijk een dokter moeten bellen”, orakelde Jacobs.

“Of we rijden naar jouw”? “Bij mij heb je aan alle kanten buren, postbodes die voor iedere brievenbus staan te twijfelen of het ook wel het goede adres is, rij naar jouw, jij hebt de ruimte en de faciliteiten”. 1238392_10202245546565145_568422833_n

KUITEN…

Tegenover de tent van Nicky lag helemaal alleen de seminarist Cras, hij had voor de verdwijning van Nicky de kampleiding gewaarschuwd ‘dat het kamp onveilig’ was, hoe de tenten kriskras ongeorganiseerd door elkaar stonden. Een rare observatie hoe een chaotisch tentenkamp gevaar kon opleveren? Cras, de Rommelvelder, legt omstandig uit hoe hij de situatie ziet betreffende de onveilige situatie waarin het zomerkamp is neergezet. Hij praat hier met verschillende kampleiders over die hem onbegrijpelijk aanhoren en vertellen dat ze het zo al jaren doen. Hij zou liever noordelijker zijn gegaan.

“In Helder, daar zijn we vaker op kamp geweest. Nu, de keuze voor de Bloemerheide is een vreemde”! Cras heeft meerdere gronden om de kampleiding  op de onveilige situatie te wijzen. De belangrijkste zou de ‘homo-weg’ zijn die kilometers lang door het gebied loopt. Cras had op Rommelveld heel wat gesprekken opgevangen over de plezier en seks uitstapjes die verschillende mensen van Rommelveld  ondernamen naar de Bloemerhei. Maar ook gaf het een gevoel van vrijheid om buiten te liggen, niet steeds dat samenklitten in het hoofdgebouw maar buiten ‘in the open’, dat was de reden dat hij er ging liggen, “vrijheid”, kirde Cras, “vrijheid, dat is wat ik wil”! Op Rommerveld bestaat een andere cultuur, een ogenschijnlijke introverte, gesloten aanwezigheid tussen leerlingen en leerkrachten waar fysieke spanningen op zijn tijd werden ontladen. ‘Kuiten’ noemden ze het wanneer opstandige spelletjes uitmonden in gevechten, scabreuze liedjes die luidkeels werden meegezongen, als het maar schuin was des te groter de pret. Dit ‘kuiten’ gebeurde altijd onverwachts, deze opgehoopte spanning lag steevast te broeien onder de huid van iedere seminarist. Het kon zomaar ontstaan en de gekste dingen konden gebeuren, althans als de leiding niet  aanwezig was. Een huid zo gespannen als een Juju oorlogstrom waar opgehoopte spanningen en latente bezetenheid omgezet kon worden in een positieve sfeer. Deze ‘kuiten’ energie kon ‘plotseling omslaan’ vreesde Cras op het Bloemerheide zomerkamp wanneer al deze losgelaten religieuze jonge honden gevoed werden met aardse vrijpostigheden. Gevaarlijk is de innerlijke houding wanneer die toestaat alles te verdraaien, met de groep mee te gaan ondanks dat alles wat je zegt later tegen je gebruikt kan worden of onterecht in iemands schoenen geschoven wordt of wanneer iemand het beter uitkwam iets anders te verzinnen, kortom een door en door manipulatieve wereld waar de noodzaak om te stoken, op te geilen en te liegen volledig normaal is. Echter Cras zag in al deze overwegingen alleen voordeel om uiteindelijk niet bij de grote groep te gaan liggen, hij alleen in de vrije natuur, herhaalde hij nogmaals. Cras wilde niet bij de andere seminaristen in het hoofdgebouw maar in een tentje vlakbij de groep van Nicky en zijn makkers, die als echte nachtridders het kampleven wilden ervaren.

Wat Cras verhult is dat niet de chaotisch opstelling van het tentenkamp ‘gevaarlijk’ is maar de dreiging van misbruik door mede-studenten, de kliek Jacobs voor het kamp al rond bazuint dat zij jongetjes zullen inwijden, buiten in de frisse lucht, onder de bomen en waar dennen geuren hun longen zullen openmaken, het onstuimige zand onder hun voeten zullen de driften los kietelen, “het maakt mij niet uit, het is me al eerder gelukt, ik wijde ze in”. Cras lag met zijn tentje als een soort buffer tussen zijn groep en de kampkinderen uit Twinnen. Nog een, niet onbelangrijke reden om vlakbij de tent van Nicky te gaan liggen, was de onafhankelijke positie, je weet maar nooit waar die goed voor is.403362_3291145602540_730734904_n

Jacobs had het vaker over ‘de kinderen van de kamp oudste’ die al ingewijd waren, de reden om het kamp door beide groepen gelijktijdig te beleggen, zorgde voor de nodige opwinding. Cras vertrouwde het allemaal niet in een wereld te vertoeven waar kinderen de rode draad vormden in talloze ondubbelzinnige gesprekken. Gesprekken met interessante vrienden die de kamp oudste kende van zijn tijd op het internaat de Spider in Twinnen waar de broer van de kardinaal Simonis werkte. Er waren priesters die voor de tedere leeftijd vielen en die door hulp van de kardinaal een stage plek kregen aangeboden op de Spider. Ze baden, deden schietgebedjes, lieden die binnen deze gesloten, heilige wereld een gelofte van geheimhouding doen, mijmerden over de omgang met de jeugd, hun hart en ziel, en ook de studenten van Rommelveld werden niet als ‘zuiver’ beoordeeld dat bleek alleen al uit de opwinding vooraf aan het jaarlijkse tentenkamp. De hogere en de lagere driften sloten elkaar ook niet uit wanneer deze extremen, op stoffige maannachten, elkaar willig bereikten.

Cras observeerde als geen ander zijn medeleerlingen en hun leiding. Hij zat er tussen in, leefde met ze en probeerde zijn eigen rol te analyseren. Zij, de Rommelvelders hadden niet voor niets het kamp opgeslagen vlakbij de homo ontmoetingsplek. Het was niet zijn idee maar het was duidelijk dat Samson daar vaker zijn heil zocht. Cras vond het niet veilig vooral met dat pad vlakbij de tenten van Nicky en zijn makkers, het leidde rechtstreeks naar de parkeerplaats. De hele homo ontmoetingsplek slingerde zich langs het kamp, een kilometers lang lint aan dolende types op zoek naar seks. Het was voornamelijk een bekende groep die er kwam maar ook bi-courious paren die het lekker vonden om in het openbaar te neuken. Als je op enige afstand bleef, vonden deze paren dat goed. Het kwam zelfs voor dat een stel het bij de parkeerplaats deden, lieten anderen mannen toe die dan lust kregen om het ook met elkaar te doen. Je zou denken dat het vreemde types waren die seks in de openbaarheid praktiseerden maar meestal waren het keurige nette gehuwden die de hei opwandelden en hun fantasieën de vrije loop lieten. Dit allemaal gebeurde rond, langs of voorbij het zomerkamp waar Nicky en de van kindermisbruik veroordeelde kampleider hun tenten hadden opgeslagen. Iedere ouder die geweten zou hebben waar hun kind de zomervakantie zou doorbrengen zou onmiddellijk de deelname stopzetten en weigeren nog langer enige vertrouwen uit te spreken in het locatie besef van de kampleiding.

Er hing een kwaadaardig duivels karma rond dit zomerkamp dat belust was al deze energieën in zich op te nemen. De duivel speelde zijn eigen rol in de verboden praktijken van kloosters en andere opvoeding gestichten, gesloten dorpen zoals in Twinnen waar de kamp oudste zijn rol zich kon ontplooien. Ondanks zijn vergrijp aan kinderen, een bijzondere plaats wist in te nemen. Overal waar enige discretie en geestelijke waardes als zuiverheid en onthouding ter sprake kwam fluisterde men over de duivel, ‘hij is er, pas op, hij is er’! Er was maar een manier om de duivel te verbannen en dat was knielend voor de geblokte ruitjes van de biechtstoel daar kon je je zonden berouwen en je geweten in Gods handen leggen. De duivel ging daarna gewoon weer tekeer maar geen paniek, kerkelijke wetten kregen voorrang boven de arm van de wet. In die zin wast Gods handen alles schoon.

Cras huiverde over deze omgeving, jaren geleden verdween, niet ver van de plek waar Nicky’s kameraden hun tenten hadden opgeslagen, een elf jarig jongetje die later dood werd gevonden in de tuin van de pastorie. Deze pastoor kende een misbruik verleden al sinds de vijftiger jaren net als de kamp oudste, de provinciaal-overste wist er al vijftien jaar van, en het meest ongelofelijke na al die jaren van misbruik was dat hij na zijn aanhouding verhuisde naar het missiehuis te Pan, en van daaruit verleende hij assistentie aan de kleine broedercommuniteit van de broeders van Onze Lieve Vrouw van de zeven Smarten in de Spider, te Twinnen? Bescherming genoten, voorwaardelijke sepots, geruchten over misbruik van de pastoor en het dode jongetje werden nooit omgezet in daadwerkelijke opsporing of bewijzen, het jongetje had zich immers zelf opgehangen. Sommige zaken zijn ook niet te bewijzen, beredeneerde Cras, daarvoor wordt er te laat ingegrepen of is men vooringenomen en sleutelinformanten worden gedegradeerd tot voorbijgangers.

KAMP ZONDER VUUR

Op het kamp was het rustig, sommige kampleden zaten stil voor zich uit te staren, passief of lamgeslagen, in ieder geval niemand deed iets. De ouders en familie, vrienden van Nicky liepen al uren rond, zochten, fietsten door stoffige zandpaadjes stopten bij het beekje, schreeuwden in de bossen terwijl de kampleiders een andere houding uitstraalden, gelijk een kamp zonder vuur namen ze bewust een passieve houding aan. Passiviteit als teken en geruststelling ‘dat er niets aan de hand is’!!! Het moest de kinderen afleiden. Als men het kamp zou opheffen zou men er vanuit kunnen gaan dat er iets ernstigs met Nicky was gebeurd, dit moest naar buiten toe worden gecamoufleerd, en zoals het gaat bij camouflage pakken, ze werken de eerste tien minuten maar daarna valt men terug in het eigen gedrag. De kinderen die bij Nicky in het tentje lagen huilden en waren onrustig, er werd door de kampleiding een bezwerende toon gebezigd waar anderen boos op reageerden. Een van de kampleiders beweerde dat het de ‘eigen, vrije keuze’ van Nicky was geweest om weg te lopen?? Het opmerkelijke bij dit soort uitspraken is dat iemand iets invult zonder acht op te letten hoe deze onschuldige gedachte ontstaat. De uitspraak werd dan ook meteen verworpen, waanidee, gewoon een onwaarheid. Of de kampleiding wist méér en nam dit aan in de wetenschap dat er al die ochtend stemmen opgingen dat Nicky uit vrije wil was weggelopen. Het insinueerde tegelijkertijd ‘dat het zijn eigen schuld was’! ‘Je loopt niet zomaar weg, beste kinderen’. Iedereen wist dat het gevaarlijk was op de Bloemerhei, en zeker Cras de seminarist die de leiding had gewaarschuwd over het gevaar ‘buiten’. Buiten in ‘the open’, in de goddelijke, warme zomerlucht, lonkte de hei, droog en breekbaar als een rietje.

Cras ziet dat Willem in stilte ‘lijntjes, verbandjes’, rond Nicky’s verdwijning bespreekt met andere kampleiders. Sjors had de leiding en nam die ook, daar nu van hem geeist werd dat hij koel zou blijven want de jongen was immers uit ‘vrije wil’ weggelopen. De politie die het kamp  bezocht werd niet bepaald gealarmeerd door de uiteenzetting van Sjors en daarbij onjuiste, uit de lucht gegrepen, informatie gaf. Hij zou een korte broek en een T-shirt dragen? Bewuste misleiding met de manipulatieve suggestie dat het jonetje ordelijk gekleed was. Netjes, niks bloot of van dat soort verleidelijke zaken. Sjors ging ‘s middags aangifte ging doen, de controle moest bij hun blijven. De ouders van Nicky gaven zij het idee dat Sjors en de zijnen nou eenmaal de verantwoordelijkheid droegen en daarom de touwtjes in handen namen. Sjors speelde een emotionele troef uit die onmogelijk door de agenten kon worden beoordeeld: ‘het jongetje zou last kunnen krijgen van heimwee’. Deze boodschap had twee kanten, enerzijds sust die het geweten ‘dat Nicky dan vanzelf zou terugkomen, ‘laat ze lopen, paarden die wegrennen keren altijd naar hun stal terug’, was de boodschap. En anderzijds is het zelfs voor Sigmund Freud ondoenlijk heimwee op iemands gezicht te kunnen aflezen, laat staan agenten die honderden tips en signalen dagelijks opvangen. Er zijn immers veel emoties die op heimwee lijken van dikke en dunnen tranen tot hysterisch geschreeuw. De agenten maakten hun aantekeningen maar vonden geen aanleiding deze Sjors nader in de gaten te houden. In tegendeel Sjors won het vertrouwen van de politie, zijn quasi-openhartige houding zorgde ervoor dat zij nota bene met hem afspraken: ‘dat ze elkaar op de hoogte zouden houden’. Cras vroeg zich af, hoe dom kun je zijn. Zij kunnen al hun lijntjes uitgooien! De politie kent deze gasten niet. Hun beweringen dat het de eigen, vrije keuze van Nicky is geweest is hilarisch want hoe kun je dat staven bij een vermissing? Je oordeelt hiermee over een verdwijningszaak, dat het zijn eigen schuld is. Je verbergt daarbij ook nog iets wezenlijks: ‘wij hebben er geen schuld aan, niks mee te maken’?  De vader van Nicky maakte een treffende opmerking: “er lijkt dat gezocht wordt maar er gebeurt niets”. Eindelijk gebruikte iemand zijn intuïtie.

1374731_10202463022921918_1003080984_n

HET PAD VAN DE DUIVEL

Jacobs inmiddels op Rommelveld. Hij liet zien dat hij aanwezig was, lang geslapen had, gaapte links en rechts en zei nonchalant “koffie, het enige dat mij wakker kan maken”. “Ga je vandaag nog naar het kamp”, vroeg een priester nadat hij maar bleef gapen. “Nee, morgen is de bedoeling”. “Geniet van de zomer, de nachten zijn donker gebrouwen als trapisten-monniken bier”, lachtte de priester zonder te weten wat hij met deze woorden aanrichtte. “Bid voor ons zondaars”, antwoordde Jacobs laconiek. “Ach, dat helpt bij jouw niet”, proestte hij het uit. “Nou, je hebt de keuze om mens te worden of mens te zijn? Wat wil je”?

Op Rommelveld hangt een macabere, aparte tweedeling tussen donker en veel licht bij het begin van een nieuwe dag. Gods bestaan komt er beter tot zijn recht door de stille gangen die uitnodigen tot contemplatie. Er kan geestelijk overleg plaatsvinden op een binnenplaats met dennenboom. Dennenbomen het zit in ieders Christelijk geheugen, collectiever kan een plek niet zijn, de geboorte van Christus heeft de geur van dennenbomen en blijft altijd jong (en groen). Tegenover de verblijfplaats van Jacobs staan dennenbomen. Andere delen van de leerinstelling staan volledig in het teken van de sport, het fysieke omhulsel waarmee je tot stof zult wederkeren. Bij de sportvelden zijn drie ingangen waar je makkelijk met je auto naar binnen kunt rijden. Het hoofdgebouw en zijn parkeer plaats zuigen iedere genodigde naar zich toe, daarlangs loopt het ‘Duivelspad’, een steil pad dat tot de Duitse grens reikt waar je het gevoel krijgt in een donker gat te tuimelen. Boven het duivelspad gloort de leerinstelling Rommelveld. Er wordt onderwezen in geestelijke, goddelijke en duivelse dilemma’s. Hoe hoger het hart hoe dieper de ziel.

RAAD

De kamp oudste vroeg raad aan John, een van zijn vertrouwelingen. John was een eenzame man die haast onzichtbaar intervenieerde wanneer anderen problemen kregen, dan was hij er. John was bovendien kerkorganist en kerkorganisten zijn altijd onzichtbaar. Je hoort hun tonen,  je ziet de pijpen van het orgel ver boven alles uitschallen maar ziet nooit diegene die het produceert. Een architectonisch staaltje om de aandacht naar God en de eucharistie te richten, al het andere is bijzaak. John is bijzaak optima forma. De kamp oudste reed na de begrafenis van Hendrik direct naar John’s huis en informeerde hem over de kaping van Jacobs en nog iemand van de ‘hei’. John begreep onmiddellijk wat er aan de hand was maar stelde de kamp oudste gerust door te opperen dat ze wel wisten hoe Nicky heelhuids thuis te brengen.

“Kun jij niet met het kamp bellen of Nicky al terug is”? “Nee, idioot bellen wordt altijd geregistreerd, en je kunt beter ‘natuurlijk gedrag’ vertonen dat alles goed komt of er niets aan de hand is”! “Nou, ik geef het je te doen. Ik heb goeie banden met de Rommelvelders. Zij hebben mij benadert om het kamp bij hun in de buurt te beleggen, ik kan altijd op hun steun rekenen”. “Ik weet, ik weet”, suste John die als geen ander begreep dat de kamp oudste slechts een stroman is, die zij vooruitschoven wanneer het hun uitkwam. Al die types die naast vlag en vaderland zo graag mee willen lopen in deze kindermars zijn het eerste gezien. De kamp oudste wilde graag zo dicht mogelijk in de buurt van kinderen vertoeven dus dat mocht van Onze lieve Heer. Hun zijn de pionnen. De bazen, gezagsdragers, geestelijke architecten van dit systeem lopen achteraan om het gejubel in ontvangst te nemen. Iedereen knikt, buigt en groet de edelen die ieder onderzoek in eigen hand houden, dat zijn ze gewend en zo willen ze het houden. John verzocht de kamp oudste te bidden, “het enige wat nu echt helpt. Meer kunnen we niet doen”.

DE TERUGKEER

Rond middernacht begon de operatie ‘Nicky moet terug’. Jacobs had, nadat de toestand van Nicky er niet beter op werd en hij maar bleef slapen, hulp ingeroepen. Hij verklaarde dat Paul A. het jongetje in een ziekelijke heimwee toestand had meegenomen. Het jongetje was wegelopen en Paul A. die rondliep op de Bloemerhei, stom maar wat een gelukkig toeval, had het kind meegenomen. “Waarom bracht Paul A. hem niet meteen naar huis”?

“Nee, natuurlijk niet dat is een dikke drie kwartier rijden, hij moest in luttele seconden een besluit nemen. Hij heeft mij juist benadert of hij hier kon komen om even voor alle zekerheid een onderzoek te doen”. Jacobs haaste zich door de lange gangen naar een van de zijgebouwen waar Nicky was binnen gebracht. Aan weerszijden van de leerinstelling lagen tal van gebouwen die als opslagruimte of voetbal kleedruimtes dienst deden. Het was er heel anoniem vertoeven, van die afgelegen ruimtes waar menig student zich kon terugtrekken met vrienden tijdens donkere uurtjes zonder dat iemand van de leiding het in de gaten had. Op Rommelveld heerste onder de studenten een sfeer die als zeer vrolijk omschreven kon worden. De vrijheid lag om de hoek, de geborgenheid stond op tafel. Daar kon men de communale, gemeenschappelijke waardes en geheimen met elkaar delen.

Er ontwikkelde zich buiten het kuiten een non-verbale taal die men alleen kan begrijpen als je deel bent van deze gemeenschap. De ‘taal’ wachtte op een teken en dan stond je pas op, alles niet te snel, op maat, verscholen achter een glimmend pak en stralende gezichtjes. Nadat Nicky wederom amfetamine had gekregen van iemand, die dacht het kind hiermee rustig te houden, zagen de aanwezigen dat dit medicijn zijn werk uitstekend volbracht daar Nicky direkt in slaap viel. Jacobs stelde voor Nicky te laten slapen, en later nog even terug te komen. De jongen moet tot zichzelf komen, dan geven we hem nog wat versterkende middelen en brengen hem naar huis.1393312_10202407227647071_25521056_n

SPIJT

Paul A. voelt spijt, diepe spijt. Hij wilde terug, net als Nicky’s heimwee, zo voelde het, heimwee naar de plek die hij die morgen had willen overslaan. “Die idioot van een Jacobs neemt Nicky mee om hem naar huis te brengen en juist ik kon deze jongen begrijpen met zijn heimwee en hij zegt dat ze hem naar huis brengen? En, wat doet die idioot. Jee, hoe hadden ze hem zo makkelijk kunnen meenemen”. Zelfs toen we Nicky nog naar huis wilde brengen, kon het niet omdat hij maar bleef slapen. In de auto ging het mis daar bleek Nicky ademproblemen te hebben. Als de duivel een plan uitvoert dan trekt hij aan méér touwen dan Onze lieve Heer. Het touw dat uit de hemel kwam liet men zakken om Nicky te halen…god, ik kan hier niet mee leven”.

“Raak nou niet in paniek”, riep Jacobs nadat duidelijk was dat Nicky geheel onverwachts overleden was! Wie heeft je nu gezien? We zijn net als mollen, we gaan ondergronds, we hebben contacten te over. Op het kamp hoeft niemand te weten hoe of wat, het ondergronds spel is al begonnen toen Nicky verdween. De schuld moet alleen in de richting van vreemden op de homo plek worden geschoven, dat is logischer dan dat hij ergens op een landweg tussen Luik en Verviers wordt gevonden”. “Hoe kun je nou zo rustig blijven”? Paul A. verloor bijna zijn bewustzijn, “ik had niet gedacht tot zoiets verschrikkelijks in staat te zijn”.

Jacobs draaide zich om, “luister, de politie is zichtbaar, wij kunnen zien wat zij doen en niet wat wij doen. Vandaar houden wij de regie in handen. We mollen het zaakje uit, het is riskant maar het is nog veel riskanter door lukraak in de buurt van de leerinstelling of verder weg en iemand die toevallig voorbij loopt iets ziet. Het moet niet te ingewikkeld, terug zoals hij gekomen is, en niet ergens zomaar vanuit het niets een link ontstaat. Wij zorgen zelf voor deze link, basta”! Doe zo normaal mogelijk, dezelfde weg terug, dat verwacht niemand, het is de snelste weg zonder pottenkijkers. Paul A. trilde helemaal, dat hij nooit een ‘catch’ had, tot daar aan toe maar de noodzaak om zich uit deze penibele situatie te murmelen deed hem walgen. Dezelfde walging zoals hij dat over zijn eigen lichaam ervoer. Zijn hele leven was een en al walging over hemzelf en wat anderen van hem vonden, walging. Walging, waarom had hij deze walging niet simpel bij hemzelf kunnen houden? Walging als rode draad in zijn leven.

“Over rood gesproken”, dacht Paul A. die nu ook over zijn eigen ontsnappingsscenario begon na te denken: “we moeten Math met zijn rode driedeurs Civic vragen of hij ons zijn auto kan lenen om Nicky naar huis te brengen”? ‘Waarom zou ik alleen de schuld krijgen, vroeg Paul A. zich in stilte af?’ Jacobs suste hem met de opmerking dat iedereen die in het verleden iets met jongetjes geflikt heeft, genoemd zou worden, en ja daar had hij dan toch ook weet van. “Wees gerust, wij houden dit binnen onze poorten. Er zijn zeker over onze instelling méér meldingen over misbruik maar ik zeg je, we houden dit desondanks binnen onze poorten omdat Godsrijk op het spel staat, en niet zoals in een incestueus gezin de vader of de moeder daar is de persoon schuldig. Hier het instituut. We zitten relatief veilig, we moeten alleen Nicky terugbrengen en daar moet een masterplan bij passen. Hij is verdwenen bij volle maan en komt terug in een blik maanstof. Zoals hij verdwenen is zo komt hij terug! In stilte en onzichtbaar.”

Paul A. was perplex, die rust en die durf daar kon hij zich niets bij voorstellen. Hij voelde zich gekruisigd maar kon zich niet van zijn pijn losmaken. Hij hing aan zijn eigen kruis, niet anderen hadden hem hiertoe veroordeeld maar hijzelf. Voor welke zonden moest men hem nu straffen als ze hem al vergiffenis hadden geboden in ruil voor stilzwijgen?

Er brak grote paniek uit daar Rommelveld op geen enkele wijze in verband mocht worden gebracht met deze afschuwelijke daad. Jacobs reed in de namiddag naar het kamp om brutaal polshoogte te nemen van de situatie. Nonchalant liep hij rond en praatte met enkele kampleiders, indirect vragen te stellen en om te constateren hoe het beste de situatie kon worden beoordeeld.  1378472_10202414526269532_1730128880_n

Heel opmerkelijk bij een vermissingszaak waar nog niet duidelijk is hoe de contouren van zo’n vermissing eruit ziet duiden op een grotere behoefte / passiviteit het onderzoek te willen traineren.

De kamp oudste trok zich terug, wist dat hij zijn gezicht moest verbergen voor zijn omgeving. De kamp oudste maakte zich zorgen over een verhongerende en dorstige Nicky. Beetje quasi zat hij voor zijn tent te stumperen over aanranding op de ‘Hei’, en hoe Nicky slachtoffer was geworden. De kamp oudste leek twee gedachten te hebben maar zijn werkelijke gedachte sprak hij uit door angstig te verwijzen dat er ‘zeer waarschijnlijk’ iets ergs met Nicky is gebeurd. Daarbij gaf de kamp oudste opeens de juiste informatie: “alleen weglopen is niet het probleem maar als je niet meer terugkomt”! De kamp oudste wist dat er iets ergs met Nicky was gebeurd, dat bleek alleen al uit Jacobs aanwezigheid daar hoefde hij geen uitleg over, het was duidelijk: ‘er was waarschijnlijk iets ergs met Nicky gebeurd’.

Midden in de nacht werd het sein gegeven om Nicky terug te brengen. In allerijl werd hij in de auto gelegd, naakt, om de focus op misbruik en de homo ontmoetingsplek te suggereren. In allerijl werd Nicky aangekleed (broek verkeerd om). Vanuit Rommelveld kun je even makkelijk terugkeren, de faciliteiten, het vervoer en de ruimte waren aanwezig. Makkelijk rij je de autoweg op, om tussen de dorpen door dezelfde weg terug te nemen. Er zijn meerdere mogelijkheden maar bewoners verklaren dat er een gangbare route is naar de homo plek en dat zij weinig last hebben van nachtelijk verkeer. Via de andere kant zijn er meerdere veldwegen, om aan de rand van het eerste gedeelte bij de parkeerplaats 1 km verderop, Nicky neer te leggen.

“Leg hem neer bij de dennenbomen, ik heb daar vlakbij twee neukende types gespot, kon door het koren niet alles zien maar dat is aan begin Bloemerhei aan de andere kant van de parkeerplaats”, riep Paul A. Ze reden tegen de ochtend de donkere paden in, ondanks dat de weg op sommige stukken overhelt. Eenmaal aan de bosrand besloot men met gedoofde lichten zover mogelijk het bos in te rijden. Er was genoeg licht van de maan en het was nauwelijks honderd meter waar de weg onbegaanbaar werd. De mannen sprongen uit de auto, sleepten Nicky naar de overkant in het dennenbosje, legden hem daar keurig neer om de kans dat hij snel gevonden zou worden enigszins te beperken. Bovendien de plek was symbolisch, dennen, kerstbomen, als kindje Jezus bij het kribje wilde men aangeven dat men spijt had maar dat Nicky onwel was geworden van de temazepam, een combinatie van angst en heimwee, en dat hij zich half ontbloot had gemanifesteerd, waren de elementen met volle maan en zijn droog waaiende stoffen, ontstond dit doem scenario. Iedereen zou worden gehypnotiseerd en met goddeloze verdoemenis worden betoverd.

IN DE OCHTEND

De kamp oudste heeft inmiddels te horen gekregen wat er is gebeurd uiteraard van Jacobs en die is gewoon weer op zijn plek, doet zijn werk nu als intermediair, rent van hot naar her en krijgt het voor elkaar om een brede tent, een vale bungalow zonder slaapcabines op de parkeerplaats neer te zetten. Precies op de plek waar Nicky zijn eerste ‘medicijn’ kreeg. De reden om enige rust voor de kinderen te creëren wordt door de ouders van Nicky als een gotspe gezien wanneer zij na een slapeloze nacht het parkeer terrein willen oprijden. Een tent buiten het kamp vlak aan de weg waar auto’s kunnen komen zul je juist extra je best moeten doen om kinderen in de gaten te houden. De kamp oudste praat met Sjors hij deelt hem in korte, beknopte wijze mee dat er van alles fout is gegaan, ‘laat jij de politie weten dat de tent dient als crisisopvang’. Nog geen uur daarvoor werd beweerd dat die tent er is om rust te creëren voor de kinderen. Nu krijgt de tent opeens de titel ‘crisisopvang’.

Het wekt de sympathie van de politie daar zij op het kamp dan zelf beter polshoogte kunnen nemen. De speurhonden gaan logischer wijs naar het beekje, daar gaan alle kinderen heen om te zwemmen die voor een dagje uit, in zijn. De ‘er is niets aan de hand’ attitude van de leiding stoort de politie inmiddels ook, alle kinderen worden naar huis gestuurd ruim 33 uur na de vrijwillige verdwijning van Nicky, want zo werd het genoemd. Vrijwillig!

Cras zocht naar woorden om aan te geven dat hij wel degelijk kon nadenken, “eigenlijk weet ik wel wie het heeft gedaan maar ook ik zit met een probleem. Je moet het zo zien er zijn ‘verbandjes’ en ‘zaakjes’ die altijd op de achtergrond worden geregeld. Natuurlijk is er een groot ‘Mea culpa maxima culpa’ schuld complex, ze wassen allemaal hun handen in onschuld maar die grote uitwas van misbruik en seksuele onderdrukking in de kerk, en in het bijzonder onze provincie, is Nicky het slachtoffer geworden van deze onwillige puist’.

Sommige officieren van justitie hebben altijd gepleit voor minder openbaarheid, ondanks de vrijheid van meningsuiting hebben ze daar problemen mee. Justitie, die de relatie met de kerk op de ladder van het geweten toetsten omdat zij zelf katholiek waren, en die cultuur van geheimhouding strookte niet met de grotere openheid in tal van misbruikzaken door geestelijken zelf veroorzaakt, in een seculiere, seksueel open maatschappij.

IN BEELD

Jacobs komt in beeld wanneer blijkt dat Nicky waarschijnlijk tien uur later is overleden. John kan tegen de kamp oudste niet uitleggen waarom Jacobs opeens dan wél in beeld komt. “Was het beeld eerst niet goed”, vroeg de kamp oudste aan John? “Zat er sneeuwruis op het scherm? Maanstof? De informatie dat Nicky waarschijnlijk twaalf uur later is overleden heeft invloed op jullie verdenking richting Jacobs”? De kamp oudste draaide zich direct om naar John, hij kon zijn ogen niet geloven. “Wauw, hoe kun je zo stom zijn om dit te opperen”? John drukte De kamp oudste op zijn hart dat hij de zaken onder controle had.

“Jacobs komt in beeld om…”. “Ja, waarom komt hij nu pas in beeld terwijl je weet dat hij die ochtend wel op het kamp was”. “Kalm aan toen was Nicky nog levend in de veronderstelling dat Jacobs zijn zaakjes op orde had. Hij had een alibi maar daar hebben zij vraagtekens bij gezet. Hij heeft opzettelijk mensen in deze zaak meegesleurd omdat daar niemand in staat was zijn hoofd koel te houden. Er waren al verschrikkelijke dingen gebeurt voordat iemand ook maar in staat was in te grijpen. Een jongetje dat onwel werd, het ‘pammetje’, de alcohol, de paniek en het ziekmakende heimwee”. John wilde zijn hele visie geven, twijfelde even en ging verder. “De hoge temperatuur, volle maan, het ontspannen op een vakantie, het avontuur! Ik lijk wel gek om deze dingen allemaal te bezigen maar ze speelden allemaal een rol. Een fatale rol, gedoemd om te zwijgen, ook zo’n kant aan dit afschuwelijke verhaal, er moest zo nodig gezwegen worden”.

“Gedane zaken nemen geen keer, en die klootzakken hadden spijt…ook dat nog SPIJT! Ze legden hem neer bij het kerstperceel, de kerstboom…het kindje bij de kerstboom”! “Ja, ze hadden de bedoeling om de homo-ontmoetingsplek erbij te lappen. Manipulatie van de bovenste orde”, trilde de kamp oudste die niet anders kon dan zich neerleggen bij Johns betoog. “Luister, ik heb overleg met betrokkenen. Deze zaak mag nooit in de openbaarheid komen, het is even fataal als het ongeluk zelf. Er zijn teveel mensen die genoemd gaan worden, het instituut, internaat waar jezelf bij gewerkt heb, de broer van de kardinaal die gaat ook genoemd worden in een andere zaak. Zes meldingen van misbruik op Rommelveld waarvan de namen niet bekend zijn, nooit genoemd zullen worden door de geestelijkheid. Ga naar huis, laat het rusten”.

ZAND EROVER

De kamp oudste rijdt wederom naar John belt aan, groet met gebogen hoofd en loopt direct door naar de kamer. De kamp oudste probeert rust te vinden en mompelt iets over de poging van John om hem te beschermen. “Dank nog hiervoor maar ik moet je in alle eerlijkheid vertellen dat dit ook in hun eigen belang is”. “Hoezo”? “Hoezo”? John, zij verkopen deze moord als een niet te rijmen ongeluk maar vergeet niet dat in het sectie rapport zaken worden verdoezelt zoals de anale verkrachtingen waar ze geen weet van hebben. De anus stond wijd open weet je wat dit wilt zeggen? Dat die meerdere malen verkracht is, mijn God, leefde de jongen toen nog? Was hij verdoofd? Dood? Die krampachtige poging om mijn naam niet te noemen op een informatie avond, mijn God. John, justitie maakt het wel erg bont. Is dit alles om andere zaken rond het misbruik in de Spider te verheimelijken, vandaar zou men weer op andere zaken stuiten? Dan zou meerdere beschuldigingen uitgaan naar de dubieuze cultuur in deze instelling, en dat zou weer andere instellingen van gelijke huize, de verschillende congregaties hoeveel smarten ze ook bezitten, in opspraak brengen. De hele media is op deze zaak gericht juist vanwege het mysterie dat jullie nu wel groter moesten maken.

John liep met zijn grote gestalte door de kamer en liet de kamp oudste helemaal uitpraten. “Ad, de kamp oudste zoals we jouw noemen binnen de gemeenschap, je weet als je het hebt over dubieuze cultuur, dat jij daar zelf deel van uitmaakt. Jij wilt autoriteit als macht om kinderen goed op te voeden. Als wij de macht niet gebruiken doen anderen dat. Nicky was in aanraking gekomen met de jongens van de Spiders. Zij zien, weten, horen en zien meer dan je lief is. Vanaf de congregatie van Onze Lieve vrouw van Zeven Smarten, deze smartelijke, vrouwelijke broeders brachten ooit de brutale stadsjeugd uit1229860_10202161686228689_753033599_n Amsterdam naar een moerassig afgelegen gebied tussen de bossen waar ze niet eens wisten hoe ze een piemel moesten vasthouden. Een boerenbevolking die haar eigen kleren maakte, teelden en ontgonnen graan, groente en fruit en lieten naar alle waarschijnlijkheid deze verwaarloosde jongens hard werken op het land. Het is typisch ‘zand erover’ zoals wij dit in deze streek gewend zijn, beste hoe in een ver verleden deze jongens zich voelden, van thuis uit verlaten en hoe ze mishandeld en geslagen werden, werd alleen door de broeders opgetekend. Zij konden zo de geschiedenis schrijven, dat zit in het DNA van onze bevolking ‘laat de waarheid aan de heersende klasse over’.

Nicky kwam later, veel later in contact met deze cultuur van rauwdouwers en voelden deze jongens aan, hun heimwee, dat typeert deze mooie jongen. Dit heimwee stroomt door zijn aderen, heimwee heeft dit kind volledig in zijn macht, daar hebben anderen misbruik van gemaakt, onbegrijpelijk waar dit vandaan komt maar hij bekoopt dit met zijn leven. Die gasten van de Spider hebben goede contacten, ook in Rommeldveld en hebben dit genoteerd zoals de broeders de geschiedenis van die verwaarloosde jeugd van Amsterdam hebben opgetekend, of beter niet heeft opgetekend. Wie heeft de stemmen van deze kinderen genoteerd? Hun onderlinge solidariteit gebroken? De cultuur van zwijgen over geweld en misbruik heeft allemaal bijgedragen aan deze dramatische gebeurtenis. Ervaren rechters die kinderen in de leeftijd van Nicky veroordeelden die er niks aan konden doen dat ze met sociaaleconomische problemen van hun ouders werden belast. Drama, drama, drama kamp oudste, een groot lang drama dat bonkt en bonkt op al deze gesloten deuren waar de echo’s hoorbaar zo nu en dan teruggolven.

LAATSTE STUKJE BOS

“Ik (Bert Smeets) ben erfgenaam van dat laatste stukje bos! Althans mede-erfgenaam. Mijn Opa heeft dit voor de oorlog gekocht en het gaat over naar zijn zonen, dochters, en daar weer de kinderen van, de erven die daar weer aanspraak op maken. Ik moet zeggen het is puur toeval maar sinds ik weet dat dit laatste stukje bos deel is van deze heimwee geschiedenis is er een aardse verbondenheid met Nicky. Zo wie zo mijn hele familie volgt deze zaak op de voet, we zijn zeer betrokken”,  zegt Bert tegen Cloud die hem bezocht, daar hij graag zijn twijfel, als zijn inzichten met haar wilde delen. “Het is tegen de avond, tegen acht uur dat de politie besloot om ‘het laatste stukje bos’ te gaan zoeken.

Het laatste stukje, Cloud moet je je voorstellen”! Cloud antwoordde, ”ha, dadelijk ben jij ook verdachte”!  “Ja, zeker iedereen is verdachte, die zich met deze zaak bemoeit: ‘who killed the Kennedy’s, when after all it was you and me, pooh pooh’. Het is een van de kenmerken van het willige afschuifsysteem dat in deze kringen gebruikelijk is. Ik ben onlangs met een boer en zijn vrouw gaan praten, deze boer zocht geen vrouw hoor, een boer die een perceel achter het stuk grond heeft waar het sleepspoor van Nicky is gevonden. Die andere boer heeft een dag later zijn tarwe gedorst, en daarmee het sleepspoor vernietigd”? Cloud zag Bert onbegrijpelijke bewegingen maken met hoofd, handen en ging zitten. “Wacht, wat ik net wilde zeggen..die boer is nooit door een politie, rechercheur, journalist (Peter??) of wie dan ook ondervraagd. Nooit! Heeft u misschien iets gezien, iets gehoord, wanneer bent u voor het laatst op of rond de plaats van delict geweest? Geen van dit soort vragen! Bij de 48.000 manuren, 375 mensen die bezig zijn geweest met deze zaak is deze man, boer, nooit gehoord.

1385950_10202351499053891_1266156852_nVreemd, de onderzoeksleider noemt zeven omissies, let wel op de betekenis van dit woord in brede zin: a) nalatigheid b) dat er geen bodemmonsters zijn genomen c) verzuim. Zeven omissies Cloud, welke worden niet concreet genoemd, wel dat in het eerste onderzoek mensen hadden moeten worden aangehouden. Je vraagt je dan af ‘waarom zijn ze niet aangehouden’? Waren er dan toch meer verdachten?” Cloud probeerde het te volgen, “hadden moeten worden aangehouden, je zou zeggen, hou ze aan, what is the problem?

Dan dit, Cloud”, Bert nam de tijd om iets in te schenken, kwaad: “Er zijn de eerste maanden veel inschattingsfouten gemaakt zodat het tweede team veel minder succesvol kon zijn. Dit voor de goede orde: deze mededeling was om de nodige binnenbrandjes te blussen, het was bestemd voor de eigen achterban, politie mensen, een dienstmededeling want tussen politie en OM was grote onenigheid ontstaan over een mogelijke, andere aanpak.

“Luister goed Cloud, ik ken de zwijgcultuur van binnen uit, er is veel gekuit maar je krijgt nooit te zien wat er achter zit of je moet deel zijn van het probleem, doordat je dingen van elkaar weet is het makkelijker om elkaar in toom te houden en zullen zaken nooit aan het licht komen. “Wat was dat ook alweer ‘kuiten’, Bert, oh ja een vorm van bezetenheid die onder veel grappen en grollen wordt geventileerd.

“Precies Cloud, allemaal met de nodige ernst maar wanneer het op de waarheid aankomt, begint men met manipuleren. Dan is de waarheid niet wat het lijkt, of de feiten zijn er niet of…het ligt genuanceerder’??

Er is godverdomme een levenloos lichaam gevonden bij een kerstboom perceel, ik zou zeggen ‘het hele gebied afzetten’, en wat doet de politie, ze laten de boer de tarwe dorsen. Had het niet een, twee dagen kunnen wachten tot men bodemmonsters had genomen? Het zal wel bij de zeven omissies horen of waren het er toch acht? Negen? Tien!

Er liggen brieven van jongens van de Spider die verhalen over misbruik van broeders, leiders en begeleiders die interessant kunnen zijn om de lijnen, verbanden bloot te leggen tussen méér mensen die allen iets te verbergen hebben. Zo doet iedereen een duitje in de doofpot. Die zwijgt over dit, die marchandeert met de tijd, die schuift af, en weer anderen blazen in een grote fuik waar iedereen tot stilstand komt, en let op Cloud ‘the messanger’ ik, woordvoerder Mea Culpa wordt, okay hij bestaat niet, ze zullen niet reageren op welk verhaal over heimwee of wat dan ook. Het is fantasie zullen ze beweren, ontsproten aan een zieke, overspannen geest, echter de non-fictie heeft deze moord ook niet opgelost tot nu!

Men zegt dat het een ‘broeinest’ is maar dan moet je wel de durf hebben om te beweren dat het dorp, de Spider en Rommelveld en alles wat daarom heen circelt één broeinest is. Ik zal nog een boude uitspraak doen, ‘iedereen wil deze moord oplossen is slechts een vorm van ijdele zelfopoffering!” “Zie je nog licht in de tunnel”, spotte Cloud. “Ah, tunnel visie er komt altijd licht op het einde…maar als je dan je ogen weer sluit omdat de werkelijkheid te verschrikkelijk is, ja wie doet dan nog zijn bek open?”

OVEREENKOMSTEN

“Vreemd maar dat gebied bij Twinnen, die veldweg die leidt naar de Spider, lijkt verdomd veel op de moordplek waar Nicky gevonden’, zegt Charles. “Toch ben ik ervan overtuigd dat bij ons niemand is die ook maar iets weet van de moord. Wie zegt dat het een man is geweest, het kan ook een vrouw zijn? Nee, ik geloof er helemaal niks van”,  onderbrak Charles zijn betoog om een auto te laten passeren en nadat de auto verdween bevestigde dat hij de kampleider kende uit vroegere tijden en bevriend was met de kamp oudste. Het was een gewone man, niks bijzonders, ik heb nooit iets aan hem gemerkt maar ik ben ook veel weggeweest uit Twinnen want ik heb veel gereden op een vrachtwagen. Ik kwam ook veel in Brunssum bij die Afcenters, Amerikanen die lagen op geen 20 minuten lopen van het Beverkamp..mijn God die Afcenters”, herhaalde Charles, ik heb er tussen gezeten, dat was een ongelooflijk zootje. Is hun rol ooit uitgezocht? Weet je wel wat die gasten bij de Afcent daar allemaal uitspookten”?

Zijn vraag klonk dermate onheilsspellend dat je haast niet durfde te vragen ‘wat precies’? “Natuurlijk heeft die man de schuld op de homo ontmoetingsplaats willen schuiven’. “Nou ja, nu zegt u het zelf, een man? Het zou toch ook een vrouw kunnen zijn?” Charles wachtte, knikte maar wilde zijn eigen tegenspraak niet toegeven.

“Waar je naar moet kijken is niet het moment dat hij weggelopen is maar wanneer Nicky is teruggebracht. Dat is een knap werk, teamwork en moet je durven, stalen zenuwen hebben’. Charles keek verbaasd. ‘Ja, hij is acht uur nadat hij verdwenen is pas overleden. Tussen de acht uur en zes en twintig uur later. Hij moest al die tijd ergens worden vast gehouden, daar moet je de faciliteiten en ruimte voor hebben…en vervoer! Je hebt volkomen gelijk met je opmerking dat de verdachtmaking naar de homo ontmoetingsplek moest wijzen, midden in de roos. Daar waren alle ingrediënten aanwezig om het perfecte scenario voor deze moord op af te schuiven. Een super decor! Nu is alles weggeblazen, bijna alles. Vroeg in de ochtend, alles logisch aan de rand van het bos, en zorgvuldig om bij eventuele ontdekking, spijt te betonen. Wat ik wil zeggen: dat is verdomd goed georganiseerd, verkenners eigen, dat doe je niet in je eentje!’

Charles schrok, je zag dat hij met alles had rekening gehouden maar niet met deze aannemelijke theorie. Het kon ook niet anders, een vrouw die dit kind zou willen verkrachten en vervolgens vermoorden, krijgt dit niet in haar eentje klaar. En die stoned- loslopende Amerikanen van de Afcent moeten wel erg ver de hei zijn binnengedrongen maar Charles ik ga met je mee…alles kan. Maar dan kan ook….”, wachtte even, liet zijn blik over de zwarte aarde gaan waar de zon een fel najaarslicht op liet vallen, “ach laat ik het zo zeggen: ik ben ook bij de verkenners geweest en die kunnen verdomd goed organiseren, dat moet ik toegeven”! Charles stond perplex en voelde dat zijn woorden in eigen doel troffen. “Ik, ik, ik kan alleen zeggen dat de dader rustig afwacht bij alle beschuldigingen”.

“Leeft die nog”?

1382887_10202302301703988_580154219_n

Verwezen wordt naar De Mysterieuze dood van Nicky Verstappen (Het verhaal van zijn ouders) Simon Vuyk / Peter R de Vries

media berichten NRC; de Limburger; de Telegraaf; De Volkskrant; en iedereen die me te woord wilde staan / familie Smeets

de tekeningen van Raph de Haas zijn niet speciaal voor het verhaal gemaakt zijn, het betreft  bestaand materiaal 

Bert Smeets, voorzitter MCU 06 57 30  82 32

 

Afstandsbaby’s dichterbij

hey mr. postman

Al in de veertiger, vijftiger, zestiger jaren was er een niet te stillen honger naar afstandsbaby’s op de moederloze markt der welbevinden.

Wij (MCU) hebben al van het begin de afstandsbaby’s behandelt en onderzocht, zelfs verschillende pogingen met media mochten geen resultaat opleveren, daar deze doofpot te gruwelijk, te vergaande consequenties heeft voor vele duizenden gezinnen in Nederland / België. Ik noem het altijd ‘spoorloos  (zonder spoor) in Nederland’.

In de uitzending van Zembla jl. zijn er sterke parallellen te vinden met de Sri Lanka / buitenlandse afstandsbaby’s.

https://zembla.vara.nl/nieuws/adoptiedossiers-vol-met-fouten-en-vervalsingen

onderzoeker-of-detective-_49d3454e9cc9e-p4. Gedwongen adopties

4.1. Getuigenissen

Ongehuwde zwangerschap, zwangerschap op jonge leeftijd, zwangerschap in een afhankelijke situatie zoals inwonend bij de ouders of verblijvend in een instelling.

“Toen ik zwanger werd, was ik zelf nog een kind. Ik was dertien jaar. Ik verbleef in een opvanghuis. Mijn ouders hadden mij daar door de jeugdrechter laten plaatsen omdat ik van huis was weggelopen.” (Humo 21 januari 1993 pagina 136)

2) Ongewenstheid van de zwangerschap

Zelfs als voor de moeder de zwangerschap niet ongewenst was, was ze toch ongewenst voor haar ouders of anderen.

“Ik mocht er van mijn moeder met niemand over praten. Alles bleef verborsekten 2gen. Het was zelfs zo’n taboe, zo’n schande in onze welgestelde familie, dat ze me meenam naar Zwitserland om daar te bevallen Ver weg van vrienden en familie.”( Het Nieuwsblad*, Vr. 27 Jul. 2012, Pagina 18)

“Jij wilde je kind behouden maar je ouders en de nieuwe vriend zagen dat anders. ,,De man die ik toen leerde kennen en waarmee ik daarna 17 jaar getrouwd was, wilde in geen geval dat ik het kind behield. Ook mijn ouders niet. Ik heb hen dat lang kwalijk genomen en het heeft de relatie met mijn moeder tot op vandaag bemoeilijkt.” (Het Nieuwsblad*, Ma. 10 Mar. 2003, Pagina 13)

3) Ontbreken van begeleiding bij de keuze voor afstand of behoud

Alternatieven voor afstand werden niet aangeboden, de moeders werd voorgehouden dat er geen keuze was, geen bedenktijd na de bevalling, druk of manipulatie om het kind af te staan.

“Ze hebben me gedwongen om die papieren te ondertekenen. Die documenten waren in het Frans opgesteld, ik wist niet eens wat ik precies tekende” (Het nieuwsblad 10 juli 2013 pagina 12)

“Of ik mijn kind al dan niet zou houden, daar is zelfs nooit over gepraat” (Libelle, Wo. 31 Dec. 2014, Pagina 16)

“Af en toe kreeg ik een exposé dat begon met: “als je het kind wil houden…” om vervolgens over te gaan op een opsomming van de nadelen die verbonden zijn aan een kind op jonge leeftijd. Nooit zei de zuster eens iets positief. Ze zette me onder zware morele druk.” (Humo 21 januari 1993 pagina 136)

“Zij was amper zestien toen ze zwanger raakte. Van haar familie kreeg ze de keuze: het kindje afstaan of de banden met haar familie doorknippen.” (De Standaard*, Za. 22 Sep. 2012, Pagina 6)

4) Onthouden van informatie over het kind

Kind niet mogen zien, geslacht niet mogen weten, geen naam mogen geven.

“Bij de bevalling zetten ze een masker op ons gezicht, zodat we niet konden zien of het een jongen of meisje was. Ik heb het kind nooit mogen vastpakken. Ik voelde me zo ontzettend leeg.” (De Standaard*, Za. 22 Sep. 2012, Pagina 6)

“Toen haar zoon in 1973 geboren werd, kreeg ze hem maar enkele minuten te zien. Genoeg om te weten dat hij zwart haar had, meer niet.” (De Standaard*, Do. 01 Dec. 2005, Pagina 52)

5) Ontbreken van nazorg

Zelfs bij vragen van de geboorteouders achteraf werd geen gehoor of aanspreekpunt gevonden of geen uitleg gekregen, of geen juiste informatie.

Na een maand belde ik de directrice van het tehuis op en vertelde haar hoe eenzaam ik me voelde en dat ik mijn kind miste. Ze zei: dat is normaal. Het gaat wel over.” (Humo 21 januari 1993 pagina 137)

Er kunnen ook enkele grote lijnen teruggevonden worden met betrekking tot de verwachtingen van geboorteouders en geadopteerden:

Verwanten vinden

De concrete verwachtingen tot wat het vinden kan leiden, variëren: contact herstellen, uitleg geven, informatie krijgen, … Als middel bij het vinden van verwanten wordt soms een DNA- databank vernoemd. Geadopteerden vermelden soms dat hun recht op kennis over hun afkomst voorrang zou mogen of moeten hebben op de privacy van de geboorteouders, die soms ingeroepen wordt om hen niet de gewenste inlichtingen te geven.

“Ik moest en zou weten waar ik vandaan kwam. Ik wou vooral weten waarom en hoe mijn moeder me had afgestaan.” (De Morgen Focus zaterdag 14 oktober 2000 pagina 31)

“De reden voor mijn zoektocht is nu eerder egoïstisch: ik wil mijn prognose kennen. Als ik haar alsnog zou vinden, dan zou dat fijn zijn. Maar ze wordt mijn moeder niet. Ik heb een moeder. Ik zou haar respecteren als de vrouw die me op de wereld heeft gezet. Maar verder maak ik me weinig illusies. Ik heb gezien dat niet alle herenigingen even rooskleurig verlopen. Sommige moeders weigeren hun kind te zien. Misschien doet het nog meer pijn op mijn leeftijd nog verworpen te worden, dan helemaal niets te weten.” (De Standaard*, Za. 19 Dec. 2009, Pagina 28)

“Het ergert Annabel dat iedereen die ze op haar zoektocht heeft ontmoet, de bescherming van de privacy inroept en zo gegevens verzwijgt of achterhoudt. ,,In Parijs verdwenen mensen telkens in een andere kamer om gegevens over mijn geboorte op te zoeken. In die andere kamer lag dus waarschijnlijk een dossier over mijn geboorte. Dat mocht ik niet inkijken,,. “(De Standaard, Ma. 18 Mar. 2002, Pagina 2)

“Ze heeft me een tijdje aan het lijntje gehouden en uiteindelijk kreeg ik een hele zakelijke brief waarin ze schreef dat ze omwille van de privacy van het adoptiegezin geen informatie wenste te verschaffen. Ik was heel kwaad.” (Humo 21 januari 1993 pagina 137)

Erkenning van en verontschuldiging voor het ervaren leed

“Erkenning en excuses zijn zeer welkom. Ik ben jaren onder de pijn gebukt gegaan en ik kon er met niemand over praten.” (hoorzitting commissie WVG7)

7 http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2014-2015/g257-1.pdf p.12 11

 Schadevergoeding

“Sommige vrouwen vertelden ons dat zij nu overwegen om dan maar een burgerlijke procedure in te leiden tegen de betrokken zusters, omdat de natuurlijke moeders vinden dat zij morele schade hebben geleden.” (Blik 7 december 1992, pagina 9)

  •   Voorkomen van herhaling
    “Erkenning zodat slachtoffers hun verhaal kunnen doen en er ook van de foutengeleerd kan worden, is heel belangrijk.” (hoorzitting commissie WVG)8
    (Vraag) Als u het expertenpanel een duidelijke boodschap, vanuit uw eigen ervaringzou kunnen meegeven, welke zou dat zijn?(antwoord) • Zorg ervoor dat moeders en kinderen mekaar altijd kunnen vinden. Zorg er voor dat er geen gedwongen adopties meer zijn.(geboortemoeder, Vragenlijst VCA via Mater Matuta feb. 2015)
  •   Specifieke hulpverlening
    (vraag:) Heeft u nood gehad of heeft u nood aan ondersteuning in het verderomgaan met deze ingrijpende gebeurtenis in uw leven? ▪(antw:) Misschien af en toe een goede babbel met lotgenoten (als je daarover spreekt tegen mensen zeggen ze wel ik begrijp je maar ze begrijpen eigenlijk niets want ze hebben het zelf niet meegemaakt)(vraag:) Kan u aangeven welke ondersteuning?)(antw.:) Psychologische ondersteuning, wij zijn ook slachtoffers ( geadopteerde, Vragenlijst VCA via Mater Matuta feb. 2015)Deze getuigenissen worden meegegeven als illustratie. Het is niet mogelijk om een uitspraak te doen over representativiteit van de individuele ervaringen. Ze werden opgenomen zoals ze werden gebracht door de geboorteouders, geadopteerden en anderen. Dit is hoe zij op het moment van hun getuigenis kijken naar hetgeen ze –dikwijls vele jaren geleden- ervaren hebben.Net als bij de experten het geval is, nemen zij de ervaringen en kennis uit hun latere leven mee in hun kijk op wat er toen gebeurd is. Er is ook veel tijd overgegaan waardoor meerdere interpretaties van een dezelfde verhaal zijn ontstaan en hierdoor het verloop van de feiten niet meer met zekerheid te reconstrueren is. De getuigenissen geven weer wat de impact van het gebeurde in het verleden nu is bij de geboorteouders en de geadopteerden, hoe zij dit op het moment van hun getuigenis beleven.Deze beperkingen doen op geen enkele wijze afbreuk aan de waarde van iedere individuele getuigenis.

8 http://docs.vlaamsparlement.be/docs/stukken/2014-2015/g257-1.pdf p12 12

4.2. Gedwongen adopties

Het onderwerp waarover het expertenpanel een advies moet uitbrengen kunnen we dus nader omschreven als:

o Adopties van Vlaamse kinderen (met inbegrip van een aantal geboren in Frankrijk) in Vlaanderen en Wallonië,

o en adopties van buitenlandse metis-kinderen in Vlaanderen,
o in de jaren ’50, ’60 en ’70 tot en met 19899,
o waarbij er vandaag problemen gesignaleerd worden in de toenmalige manier van werken op

het vlak van:

– de begeleiding van de geboorteouders (-moeder) voor de afstand (geen of gebrekkige begeleiding),

– de vrije en geïnformeerde instemming van de geboorteouders met de afstand, – de nazorg voor de geboorteouders die afstand deden,
– de nazorg voor de geadopteerde, in het bijzonder bij vragen over zijn afkomst.

Het panel boog zich niet over recente (na 1989) binnenlandse adopties of adopties van buitenlandse kinderen in Vlaanderen.

Alle informatie over dit onderwerp moet gezien worden binnen zijn maatschappelijke, pedagogische en juridische context. Hierna gaan we verder in op de context waarbinnen deze gedwongen adopties zich afspeelden.

9Kanttekening bij de beperking tot 1989: In 1998 verscheen met het decreet van 3 mei 1989 houdende erkenning van adoptiediensten de eerste Vlaamse reglementering op adoptiebemiddeling. Hierdoor werd een vergunningsplicht voor adoptiebemiddeling ingevoerd met voorwaarden rond de voorbereiding van en nazorg voor de betrokkenen, waardoor- voor de adopties waarbij adoptiediensten bemiddelden- de gerapporteerde problemen grotendeels voorkomen zouden moeten worden.

Hierbij moet onmiddellijk opgemerkt worden dat er tot de dag van vandaag nog adopties zonder bemiddeling van erkende diensten gebeuren, waar zich wel nog problemen rond voorbereiding, instemming en nazorg kunnen stellen. Zie ook punt 5.2 Aantal adopties

13

5. Context

Het onderwerp van dit rapport, gedwongen adopties, gebeurde binnen zijn maatschappelijke, pedagogische en juridische context. De beschrijving van de wetgeving en het ruimere kader gaan over adopties in zijn algemeenheid en niet alleen over gedwongen adopties. Er zijn geen cijfers bekend over het aantal gedwongen adopties noch over het aantal ‘gewone’ adopties uit de beschreven periode. Alle cijfers die vermeld worden, zijn partiële cijfers die het panel kreeg via verschillende bronnen en dus erg onvolledig.

5.1. Wetgeving in België

Adoptie was lange tijd een zuiver privaatrechtelijke aangelegenheid, in oorsprong bedoeld om volwassen personen op te nemen in de eigen familie om deze te versterken en/of de familielijn voort te kunnen zetten. Het was de enige manier om een ‘vreemde’ toegang te geven tot het familiebezit, en het erfrecht. Een adoptie was slechts mogelijk voor meerderjarige personen, en werd na de Romeinse periode slechts beperkt gebruikt.

Pas in 1940 (Wet van 22 maart 1940) werd de adoptie van minderjarige kinderen mogelijk. Voor het eerst verwijst men, bij de voorbereiding van de nieuwe wetgeving, ook uitdrukkelijk naar het feit dat adoptie een maatregel hoorde te zijn in het belang van de betrokkenen kinderen. De controle of een adoptie wel in het belang van een kind zou zijn, berustte vanaf dat ogenblik bij de rechter: de rechtbank van eerste aanleg kreeg de opdracht om de akte die door de notaris werd opgemaakt te homologeren. Dit betekende meteen dat er een einde kwam aan het zuiver contractuele karakter van de adoptie; het werd een ‘instelling’, gebonden aan een rechterlijke controle.

Vanaf dat ogenblik zien we een stelselmatige groei van het aantal adopties, waarbij de adoptie in de eerste plaats gebruikt werd om kinderen die buiten het huwelijk geboren werden alsnog juridisch een plaats binnen de familie te geven.

Volgend op de wet op de jeugdbescherming van 8 april 1965, werd de adoptie van minderjarigen toevertrouwd aan de gespecialiseerde jeugdrechtbanken. Een volgende ‘grondige’ hervorming van de adoptiewetgeving kwam er pas in 1969 (Wet van 21 maart 1969), waarbij de adoptie nog uitdrukkelijker gepositioneerd werd als een ‘jeugdbeschermingsmaatregel’, een oplossing voor een ‘kind in gevaar’. De belangrijkste hervorming bestond erin dat er naast de ‘gewone’ adoptie, nu ook een wettiging door adoptie mogelijk werd, waarbij de geadopteerde volledig uit zijn oorspronkelijke familie werd gehaald. Ook verviel de vereiste dat de adoptanten geen wettelijke afstammelingen mochten hebben.

Bovenvermelde regelgeving had slechts betrekking op de voorwaarden (bvb. instemming van de geboorte-ouders, wettelijke bedenktijd, de leeftijdsvoorwaarden van de adoptanten,…) en de adoptieprocedure; deze aspecten werden respectievelijk geregeld in het burgerlijk en gerechtelijk wetboek. Deze regelgeving werd gedurende de periode waarvan sprake regelmatig aangepast; het staat evenwel buiten kijf dat er in hoofde van de geboortemoeders steeds een vrije instemming met de afstand / adoptie moest zijn; ook als zij minderjarig was.

Tot en met 1989 was dit de enige wetgeving inzake adoptie: er bestond met andere woorden geen regelgevend kader voor de bemiddeling, met inbegrip van de begeleiding van de geboortemoeders, en de nazorg voor alle betrokken partijen. Pas in 1989 werd door de Vlaamse decreetgever een wettelijk kader én bijhorende controle uitgewerkt voor de bemiddeling inzake adoptie.

Vanaf dat ogenblik werd de bemiddeling inzake adoptie voorbehouden aan erkende adoptiediensten, die hieraan gekoppeld ook uitdrukkelijk de opdracht kregen ongepland zwangere vrouwen die overwegen om afstand te doen, te begeleiden bij hun keuze.

14

5.2. Wie was betrokken bij een adoptie voor 1989?

In de eigenlijke adoptieprocedure moesten of konden deze personen/instellingen tussenkomen:

o Notaris/vrederechter: stond in voor de opmaak van adoptie-akte en de registratie van de afstand/toestemming

o Rechtbank van eerste aanleg: vanaf 1940 (wet van 21 maart 1940) hadden zij de opdracht tot homologatie van de adoptie-akte, opgemaakt door de notaris of de vrederechter = toezicht op de grond- en vormvoorwaarden, nagaan of de adoptant ‘goede faam’ genoot, nagaan of de adoptie gesteund was op wettige redenen en of ze de geadopteerde tot voordeel strekte

o Jeugdrechtbank: vanaf 8 april 1965, werd adoptie van minderjarigen toevertrouwd aan de (gespecialiseerde) jeugdrechtbanken

o Burgerlijke stand: tot en met 1951 (wet van 21 mei 1951) verplichting om de adoptieakte over te schrijven in de registers van de burgerlijke stand, nadien slechts nog het beschikkende gedeelte van het vonnis of arrest dat de adoptie-akte homologeerde

o Familieraad, die de toestemming voor de adoptie moest verlenen, wanneer het kind geen gekende of nog levende ouders had (vb. bij de bevalling ‘sous x’)

Elk van deze personen / instellingen had in principe de opdracht en de mogelijkheid om toezicht te houden op de naleving van de wetgeving inzake adoptie. De vraag rijst in hoeverre zij in de praktijk actief betrokken waren bij het verloop van de procedure, en dus in welke mate zij vb. contact hadden met de geboortemoeders. Het lijkt er alleszins op dat er weinig of geen effectieve controle gebeurde op bijvoorbeeld de vrijwillige instemming. Deze manier van werken (formele procedure zonder echte inhoudelijke controle) werd algemeen aanvaard. Er was weinig of geen weerstand bij deze betrokkenen om adopties zo te realiseren.

De cruciale schakel bij deze adopties, is de persoon of instelling die instond voor de bemiddeling. Deze zorgde voor de effectieve overdracht van het kind van de geboortemoeder naar het adoptiegezin.

Voor 1989 kon eenieder deze opdracht opnemen, zonder enige vereiste of controle. In de praktijk stellen we vast dat het meestal ging om personen of instellingen die vanuit hun opdracht in contact kwamen met ongepland zwangere vrouwen, zoals:

o Private personen (artsen, gynaecologen, geestelijken,…);
o Overheidsinstellingen (Nationaal Werk voor Kinderwelzijn, Commissies voor Openbare

Onderstand, ziekenhuizen, Jeugdrechtbanken,…)
o Tehuizen voor ongehuwde moeders, kinderopvangcentra, diensten die zich specifiek

toelegden op adoptie,….

Elke actor handelde daarbij vanuit zijn eigen deontologisch kader, inzicht en overtuiging; er waren immers geen specifieke regels over de bemiddeling inzake adoptie en begeleiding van de afstandsmoeders. Hetzelfde geldt voor de dossiervorming. Voor zover er sprake was van een verplichte registratie, gebeurde deze op de geëigende wijze. Dit betekent dat informatie over al dan niet gedwongen adopties terug te vinden is op veel verschillende plaatsen (dossiers van OCMW’s, ziekenhuizen, jeugdrechtbanken), waarbij wellicht niet steeds op het eerste zicht duidelijk is dat het om een adoptiedossier gaat.

Uiteraard waren de geboorteouders ook betrokken bij de adoptie vanwege hun noodzakelijke toestemming die al dan niet onder dwang werd gegeven. De jeugdbescherming was vooral de bevoegdheid van de jeugdrechters, die beperkte interventiemogelijkheden hadden, zoals toezicht en opvoedingsbijstand maar vooral plaatsing in een instelling of pleeggezin. Hulpverlening om minderjarigen of ongepland zwangeren te omkaderen en te begeleiden bij hun keuzes was niet uitgebouwd. Geboorteouders getuigen nu dat zij geen instemming gaven of deze onbewust gaven omdat ze documenten ondertekenden die ze niet begrepen (bv. in een andere taal).

15

Maar ook adoptieouders waren betrokken in het ganse proces. Zij moesten zich op een bepaald ogenblik bekend maken als personen die een kind (al dan niet omwille van ongewenste kinderloosheid) wilden adopteren. Er was geen reglementering die de selectie van deze adoptieouders regelde noch was er wetgeving over de bijdrage die betaald mocht worden aan de bemiddelende dienst/persoon. Personeel van voorzieningen, jeugdrechters en anderen konden zelf kandidaten voorstellen, wat een reële mogelijkheid van financiële belangenvermenging meebracht. Een thema dat in verschillende getuigenissen terugkomt, is dat de druk tot afstand en de plaatsing bij een adoptiefamilie soms gemotiveerd werd door het te zien als een vriendendienst of omwille van een financiële vergoeding. Zonder een uitspraak te doen over de vraag of deze wijze van voorstellen correct is, kan opgemerkt worden dat het ontbreken van toezicht op deze aspecten maakt dat de beweringen in die zin ook niet kunnen geverifieerd worden.

5.3. Maatschappelijke context

De maatschappelijk context in de jaren 50 tot 70 verschilde duidelijk van de hedendaagse op het vlak van ongeplande zwangerschappen, ongewenste kinderloosheid, de positie van minderjarigen en de controle op adoptievoorzieningen.

Algemeen werd aangenomen dat seksuele relaties enkel konden binnen een huwelijk. Ongehuwd samenwonen en ongehuwd ouderschap was niet geregeld en werd algemeen als een ongewenste toestand gezien. Alleenstaand ouderschap zag men maatschappelijk, maar ook in de jeugdbeschermingsdiensten, als een problematische situatie die de toekomstkansen van de jonge moeder en het kind in gevaar bracht. Het statuut van buitenechtelijke kinderen was precair tot de aanpassing van de afstammingswetgeving in 1987.

Er waren, in vergelijking met vandaag, weinig manieren om een zwangerschap te vermijden. Zelfs als jongeren adequate seksuele voorlichting kregen, waren veilige voorbehoedsmiddelen niet gemakkelijk toegankelijk. Er was weinig tot geen anticonceptie beschikbaar en bij accidentele zwangerschap was een medisch begeleidde abortus illegaal tot in 1990.

Er werd vanuit gegaan dat de opvoeding van een kind door een ongehuwde ouder sowieso problemen met zich zou meebrengen. Het (ongeboren) kind was in die zin in gevaar en had proactieve bescherming nodig. De jeugdbescherming -en ook dikwijls de familie van de zwangere- redeneerde dat, om de moeder en het kind de best mogelijke toekomst te geven, afstand van het kind de voorkeur had boven het behoud bij de alleenstaande ouder. Vergeleken met vandaag hield men minder rekening met de beslissingsmogelijkheden van minderjarigen.

Bovendien werden jongeren pas meerderjarig op de leeftijd van 21 jaar10. Ouders, of de jeugdbescherming voor minderjarigen onder toezicht, speelden dus een grote rol in het beslissingsproces tot behoud of afstand van een kind. In dit klimaat was voor een aantal moeders de keuze voor afstand meer een door de omgeving opgedrongen beslissing dan een vrije keuze.

Voor ongehuwde alleenstaande moeders was de situatie moeilijk. Zij moesten zowel voor een kind zorgen als werk hebben om het gezin te onderhouden. Er waren geen voorzieningen voor kinderopvang waardoor deze kinderen soms werden opgevangen in tehuizen.

De mogelijkheid van een anonieme bevalling in Frankrijk werd door diegenen die de zwangerschap geheim wilden houden als een doeltreffende oplossing gezien. Op enkele uitzonderingen na, waarbij door een vooruitziende bemiddelende dienst een dossier werd bewaard, is het voor de anoniem bevallen geboorteouders en geadopteerden bijna onmogelijk om elkaar terug te vinden.

Van echtparen werd verwacht dat er kinderen kwamen. Als een echtpaar ongewild kinderloos bleef, waren de medische mogelijkheden veel beperkter dan tegenwoordig en was adoptie een van de weinige mogelijkheden tot gezinsuitbreiding.

10 De burgerlijke meerderjarigheid werd verlaagd van 21 naar 18 jaar in de wet van 19 januari 1990 16

De controle op de voorzieningen die bemiddelden voor adoptie was beperkt. Zelfs bij voorzieningen die onder toezicht van de diensten voor jeugdbescherming, Nationaal Werk voor Kinderwelzijn of andere administraties stonden, was het toezicht niet specifiek gericht op de adoptieactiviteit. De richtlijnen en inspectiebezoeken spitsten zich dan toe op de erkenningsregels voor de activiteit waarvoor de dienst erkend was en waren sterk gefocust op onder meer infrastructuur, personele omkadering, het geneeskundig en/of verpleegkundig toezicht, en in mindere mate op bijvoorbeeld de psychosociale begeleiding die geboden werd. Voor de adoptie-activiteit op zich bestond tot 1989 geen erkenning. De focus van begeleiding lag op de bevalling, de gezondheid van moeder en kind en de mogelijkheid om terug te integreren in de samenleving.

5.4. Metiskinderen11

Met metis bedoelt men de kinderen met Afrikaans-Europese afstamming, geboren in de Belgische kolonie en mandaatgebieden in Afrika. Deze kinderen werden vaak gescheiden van hun moeder en, in de periode rond de onafhankelijkheid, naar België overgebracht.12 Deze overbrenging gebeurde soms met de toestemming van de ouder(s), dikwijls in de veronderstelling dat het ging om een tijdelijk verblijf in België in het kader van studies. Andere overbrengingen gebeurden zonder toestemming van de ouders.

De meeste kinderen verbleven in pleegzorg, slechts een beperkt deel van deze kinderen werden door Belgische gezinnen geadopteerd. De parallel met gedwongen binnenlandse adoptie berust er vooral in dat het kind gescheiden werd van de geboortemoeder zonder dat ze betrokken werd bij die beslissing.

5.5. Aantal adopties?

De vraag naar het aantal kinderen dat in het verleden in Vlaanderen werd afgestaan voor adoptie wordt vaak gesteld. Soms vraagt men ook naar de omvang van bepaalde groepen, bijvoorbeeld het aantal Vlaamse moeders die anoniem bevielen, het aantal kinderen dat door hun moeder onder druk werd afgestaan, het aantal moeders en kinderen die nog zoeken naar verwanten,…. Deze vragen hebben een onmiddellijk praktisch belang voor het expertenpanel omdat het aantal betrokkenen ook impact heeft op de acties die moeten of kunnen ondernomen worden.

De vraag naar de omvang, zij het van het aantal adopties, zij het van het aantal gedwongen adopties kan echter niet precies beantwoord worden. Er was toen geen gereguleerd systeem met accurate en sluitende registratie van alle adopties en niet altijd evenveel aandacht voor dossiervorming. Het idee dat een goede dossiervorming, met inbegrip van een mogelijke inzage, van belang is voor geadopteerden en cliënten in de hulpverlening, is relatief nieuw. Bovendien zijn sommige dossiers en documentatie die wel voorhanden was, verdwenen:

  •   ‘natuurlijk’ verlies omdat een lange tijdsspanne verstreek (voorzieningen zijn gestopt, mensen overleden, papieren raakten zoek of beschadigd);
  •   vernietiging van archief, soms op individueel initiatief, maar soms ook wettelijk voorzien zoals bijvoorbeeld bewaartermijnen of de regels bij de archieven van de jeugdrechtbanken.Binnenlandse adopties werden in het verleden niet centraal geregistreerd. De enige instanties die alle binnenlandse adopties in het verleden zagen, zijn waarschijnlijk de jeugdrechtbank en de burgerlijke stand, die echter geen overzichten over heel Vlaanderen opstelden. Het blijkt zelfs vandaag onmogelijk te zijn om vast te stellen hoeveel adopties exact plaatsvinden in Vlaanderen. Er is weliswaar een duidelijk zicht op het aantal kinderen dat geplaatst wordt door de erkende adoptiediensten maar niet op het aantal adopties van ‘gekende’ kinderen (stiefouders, familie, draagmoeders, …). Sinds 2005 is de burgerlijke stand van iedere gemeente wel verplicht om de inschrijvingen van binnenlandse adopties in hun registers door te geven aan de Federale Centrale Autoriteit (FCA) inzake adoptie. Deze verplichting wordt echter nog niet voldoende nagekomen.11 Kathleen Gequière en Sibo Kanobana « De bastaards van onze kolonie. Verzwegen verhalen van Belgische metissen.”, 2010, Roularta Books12 Sarah Heynssens, « Entre deux mondes Le déplacement des enfants métis du Ruanda-Urundi colonial vers la Belgique», Revue d’histoire de l’enfance « irrégulière » [En ligne], 14 | 2012, URL : http://rhei.revues.org/3385 Éditeur : Presses universitaires de Rennes17

Niettegenstaande deze beperkingen, volgen bepaalde cijfers en inschattingen, in de hoop dat zij de lezer van het rapport in staat stellen om een juister beeld te krijgen van de omvang van de problematiek.

Adopties via erkende adoptiediensten

De eerste cijfers over binnenlandse adopties via Vlaamse adoptiediensten erkend door Kind en Gezin dateren van 1990 en tonen ongeveer een dertigtal binnenlandse adopties per jaar.

Een gefundeerde schatting opmaken van het aantal extrafamiliale binnenlandse adopties in het verleden zou het voorwerp van een aparte studie kunnen zijn. Alleszins kan aangenomen worden dat het over de periode 1950-1980 in de duizenden moet lopen13. Dit zijn uiteraard niet allemaal gedwongen adopties.

Anonieme bevallingen van Vlaamse moeders in Frankrijk

Hiervan zijn, zoals verwacht kan worden, ons ook geen statistieken bekend.

Een bevraging in 2007-2009 bij de Franse Conseil national pour l’accès aux origines personnelles (CNAOP) over anoniem bevallen moeders14 telde 9% (16 personen) moeders met een buitenlandse nationaliteit die niet in Frankrijk woonden, waaronder zes Belgen (eigen berekening: 3%). In Frankrijk werden de hoogste aantallen kinderen zonder afstamming geteld tussen 1965 en 1970, met ongeveer 2000 kinderen per jaar15.

Waarschijnlijk groeiden kinderen van Vlaamse moeders die in Frankrijk anoniem bevielen meestal ook in Frankrijk op. Een aantal van deze kinderen werden uiteindelijk wel in Vlaanderen geadopteerd. Bij de erkende binnenlandse adoptiediensten worden een aantal oude adoptiedossiers bewaard van vroegere bemiddelaars (Tamar, De Visserij, Dienst voor plaatsing en adoptie Oostende). In ongeveer 13,5% (118 op 872) van de adoptiedossiers die al onderzocht zijn, is er sprake van een anonieme bevalling in Frankrijk. Het gaat hier om een beperkt deel van de dossiers en een extrapolatie kan hierop niet gebeuren.

Op 11 maart 2015 had het VCA een overleg met de CNOAP. Hieruit bleek dat er in de noordelijke departementen van Frankrijk een hoger aantal anonieme bevallingen worden geregistreerd dan in de andere departementen. Naast de economische situatie in deze departementen zijn er ook vandaag nog Belgische en wellicht ook Nederlandse vrouwen die anoniem gaan bevallen in Frankrijk. In de media circuleren uiteenlopende cijfers over het aantal Vlaamse/Nederlandstalige/Belgische vrouwen die anoniem bevallen. Tegenwoordig werkt geen enkele Vlaamse adoptiedienst meer mee aan anonieme bevallingen. Hierdoor moeten de geboortemoeders die vandaag anoniem bevallen, zonder begeleiding naar Frankrijk. Het gaat vaak om de meest kwetsbare ongepland zwangere vrouwen. Dat zij vaak alleen, op eigen initiatief en zonder professionele begeleiding naar Frankrijk moeten gaan bevallen is geen wenselijke situatie. Ze staan daar bovendien ook alleen in hun beslissingsproces over welke informatie ze wel (mogelijk sinds 2002) of niet achterlaten, zonder garantie dat ze de wettelijke mogelijkheden kennen en begrijpen.

13 vb. ‘De evolutie van de adoptie in België in de 19e en 20e eeuw’ Astrid Pyl vernoemt:

  •   P. MAHILLON, ‘Adoption. Statistiques – Pratique Judiciaire’, J.T., 1967 : studie die wel wat cijfers bevatover de periode tussen 1940 en 1967vb. tussen 1950 en 1958 gemiddeld 834 per jaar / in 1962 een 1963, boven 1300 per jaar
  •   P. BERCKMANS, C. DE VOCHT en J. VAN HOUTTE, Adoptie: een rechtssociologische benadering,Antwerpen, De Sikkel, 1981, 13 en 55
    vb. cijfers na de wetswijziging van 1969 nog sterker gestegen; in 1969 (1325) nog vergelijkbaar met begin jaren ’60, maar in 1970 al gestegen naar 2553 per jaar, in 1978, zelfs nog meer: 3479 adopties per jaar. Wel zijn het overgrote deel zogenaamde regulariserende adopties (wettiging van kinderen buiten het huwelijk geboren), veel minder hetero-familiale adopties. We vermoeden dan ook een sterke daling in de cijfers na de aanpassing van het afstammingsrecht (wet van 31 maart 1987) – uit die periode hebben we geen cijfers…14 LES FEMMES QUI ACCOUCHENT SOUS LE SECRET EN FRANCE, 2007-2009,Catherine Villeneuve-Gokalp I.N.E.D | Population,2011/1 – Vol. 66,pages 135 à 169, ISSN 0032-4663
    15 Villeneuve pagina 218

Aantal bemiddelaars voor 1989

Het aantal diensten dat bemiddelde voor adoptie voor 1989 is niet gekend, ook niet bij benadering. Het kan ook niet geteld worden, omdat er geen criteria waren om een adoptiedienst te definiëren. Aangezien iedereen, ook individueel of éénmalig, kon bemiddelen voor adoptie, is het aantal in principe onbeperkt. Adoptiebemiddeling gebeurde door een waaier van personen en diensten. De betrokken diensten werden geleid door zowel geestelijken als private personen als openbare diensten.

De adoptiediensten die vandaag erkend zijn, bewaren een aantal adoptiedossiers van toenmalige bemiddelaars zoals tehuizen voor moeders. Het gaat hierbij om 1900 à 2000 dossiers. Thérèse Wante, een private persoon, zou volgens de adoptiedienst ‘Service d’Adoption Thérèse Wante’ (erkend door de Franse gemeenschap), bemiddeld hebben in meer dan 3000 adopties.

Aantal zoekvragen

Het Zoekregister behandelde tussen 2000 tot 2014, 900 vragen om te zoeken naar verwanten. Het aantal vragen daalt de laatste jaren, waarschijnlijk omdat de sociale media het mogelijk maken dat mensen elkaar zelf opzoeken.

De vragen komen voor ongeveer één vierde van geboorteouders en voor vier vijfden van geadopteerden. De periode waarover de vragen gaan, lopen over een 50-tal jaar: 1939 tot begin jaren 90. Door de grote bekendheid van het Zoekregister binnen de adoptiesector kan aangenomen worden dat geboorteouders en geadopteerden die hun verwanten proberen zoeken en die daar niet zelf of met de hulp van een adoptiedienst in slagen, vroeg of laat met het Zoekregister contact opnemen.

Opmerkelijk is dat slechts 80 van deze zoekvragen verband houden met een anonieme bevalling, ook al is het voor een geadopteerde na een anonieme bevalling moeilijk om op eigen kracht zijn moeder te vinden (en omgekeerd). Deze 80 dossiers zijn waarschijnlijk een goede indicatie van het aantal Vlaamse geadopteerden en geboortemoeders die proberen om, respectievelijk hun moeder en kind, terug te vinden na anonieme bevallingen waarvan geen bemiddelende adoptiedienst de identificatiegegevens bijhield.

Van de zoekvragen die het zoekregister sinds zijn oprichting ontving, was er bij ongeveer één op drie moeders sprake van vrijwillige en bewuste afstand en bij twee op drie ging het om dwang door de situatie of de omgeving.

19

6. Analyse van de problematiek

6.1. De vragen

Zowel de geboorteouders als de geadopteerden zijn diverse groepen waarbinnen er duidelijke verschillen zijn in de vragen die gesteld worden. Veel vragen van de geadopteerden zijn niet zozeer gelinkt aan het feit dat de adoptie gebeurde na dwang maar wel met het ‘geadopteerd zijn’ an sich. Uiteraard is het feit van een mogelijke dwang bij de adoptie wel relevant voor de invulling van heel wat vragen naar het waarom van de afstand en voor de beleving van de adoptiestatus.
Binnen de groep geboorteouders mogen ook de biologische vaders niet vergeten worden. Zij komen zelden op de voorgrond bij deze problematiek maar ook zij kunnen vragen hebben over de adoptie van hun kind waar zij mogelijk op dat moment niet eens van op de hoogte waren. Daarnaast kunnen ook adoptieouders, siblings (broers/zussen) of grootouders vragen hebben over deze gebeurtenissen.
Binnen deze analyse wordt getracht de diversiteit te hanteren door te groeperen op basis van de vragen die gesteld worden.

De ‘stilzwijgende’ groep

Een belangrijke vaststelling is dat er heel wat mensen zijn die geen melding hebben gedaan, die schijnbaar geen vragen stellen en geen hulp vragen bij instanties. Er zijn wellicht uiteenlopende redenen voor dit stilzwijgen:
o niet weten waar de vraag te stellen;

o te hoge drempel;
o angst om opnieuw met het trauma geconfronteerd te worden; o niet weten dat ze geadopteerd zijn;
o vrede hebben (gevonden) met de situatie;
o….

Voor deze groep is voorzichtigheid en terughoudendheid belangrijk. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om nieuwe slachtoffers te maken, door mensen die wel betrokken zijn maar zelf geen hulpvraag hebben of leed ervaren, ongevraagd of ongewild als slachtoffer te benoemen, en/of het idee te geven dat ze nu iets moeten ondernemen bijvoorbeeld hun verwanten zoeken, … . Anderzijds moet wel geprobeerd worden om personen met een ongestelde hulpvraag toch te bereiken.

In de media ligt de klemtoon onvermijdelijk op gedwongen adopties. Hierdoor vergeten we soms dat de afstand voor adoptie vaak een keuze was die in de gegeven omstandigheden de beste kansen gaf aan moeder en kind. Het feit van betrokken te zijn bij een adoptie in het verleden mag niet systematisch leiden tot schuldgevoelens of twijfel bij enige betrokken partij noch bij geboorteouders, noch bij adoptieouders, noch bij geadopteerden.

De groep die wil weten, zoeken en vinden

Sommige geadopteerden zoeken hun geboorteouders of andere verwanten maar hebben geen informatie die dat toelaat. Sommigen weten niet waar ze kunnen beginnen zoeken; soms vermeldt de geboorteakte geen moeder (anonieme bevalling in Frankrijk); soms bevat de geboorteakte foutieve informatie. Ook is het mogelijk dat betrokkenen wel gekend zijn maar dat ze niet meer terug te vinden zijn, …. Ook geboorteouders proberen soms hun geadopteerde kinderen terug te vinden. Er schuilt een grote diversiteit aan vragen en verwachtingen, zowel bij geboorteouders, als bij geadopteerden, die willen weten, zoeken en vinden.

Voor een aantal onder hen zal het wellicht volstaan om informatie te krijgen over wat er zich juist heeft afgespeeld, wie hun biologische ouder is, waar het kind dat zij afstonden terecht is gekomen. Voor deze groep is het verzamelen en inzage verlenen in de dossiers, en/of informatie die beschikbaar is, cruciaal. Het helend effect van de inzage van een dossier hangt ook af van het dossier zelf. In de periode waarvan sprake is, werd niet door iedereen evenveel belang gehecht aan

20

de registratie, en als wel gegevens geregistreerd werden was dat alleszins niet met het doel dat de geadopteerde die zelf zou inzien.

Een groep geboorteouders en geadopteerden geeft aan dat zij in contact willen treden met hun respectievelijke kind of geboorte-ouder(s), sommigen hopen zelfs om de relatie te herstellen,….

De verwachtingen van geboorteouders en geadopteerden, met name rond het ‘helende effect’ van inzage / zoeken en vinden, lijken bijzonder hooggespannen. Het weten en begrijpen, maar ook het ontmoeten van de persoon naar wie men op zoek is geweest, kan helend zijn, maar zal –waar er sprake is van een traumatische ervaring die nog niet verwerkt is- wellicht niet volstaan. Verwachtingen over het herstel van een relatie met de gevonden verwant kunnen niet altijd ingelost worden en resulteren soms in een nieuwe teleurstelling voor de zoekende. Soms zal de gezochte helemaal geen contact willen met diegene die zoekt wat als een nieuwe afwijzing kan worden ervaren.

In 65% van 820 zoekvragen (zonder de zoekvragen na anonieme bevallingen) die het Zoekregister begeleidde kwam het tot een ontmoeting. In 35% vindt geen ontmoeting plaats omdat er geen reactie komt van de gezochte. De verwerking van de afstand loopt bij de gezochte en de zoekende niet altijd gelijk. Veel ontmoetingen lopen ook fout af omdat de verwachtingen verschillend zijn of het opgroeimilieu van de geadopteerde sterk verschilt van het milieu van de geboorteouder.

Het volstaat dus niet om het zoeken van verwanten technisch mogelijk te maken; tegelijk moet een kader aangeboden worden waarin de zoekende terecht kan voor begeleiding en waarin ook een zorgzame benadering van andere betrokkenen kan plaatsvinden.

De groep met meer specifieke vragen

Specifieke vragen die geformuleerd worden, zijn:
° erkenning voor het leed en voor het feit dat er verkeerd gehandeld werd in het verleden;
° excuses van de verantwoordelijken voor hun fouten;
° financiële compensatie, sommige geadopteerden hebben veel geld gestoken in de hulp en vragen een compensatie in de vorm van gratis opvang, gratis hulp, door professioneel personeel.;
° een onderzoek naar de illegale adopties zowel in het heden als het verleden;
° een onafhankelijk zoekregister, los van een adoptiedienst om de drempel voor hulp te verlagen: naar een adoptiedienst moeten gaan om het dossier in te zien, roept soms weerstand op en daarom wordt er een onafhankelijk zoekregister gevraagd waar alle dossiers gearchiveerd kunnen worden.
° mogelijkheid voor slachtoffers om hun verhaal te doen op een daarvoor geschikte plaats: hierbij zijn hulpverlenende competenties nodig. Slachtoffers moeten hun verhaal zoveel keer kunnen vertellen als nodig en de tijd krijgen om dit te doen zoveel als ze willen.
° bijstand voor geadopteerden: er is nooit bijstand geweest, vooral geadopteerden kregen geen uitleg en werden naar therapie gestuurd waarbij de therapeuten ook niet begrepen wat geadopteerd zijn betekende. Er is nood aan gratis hulpverlening.
° specifiek opgeleid personeel voor de adoptiediensten , met verwijzing naar Nederland waar bvb een hoogleraar adoptie is.
° oprichting van een DNA-databank om het zoeken te faciliteren. Niet enkel nationaal, ook internationaal. Veel Belgische kinderen zijn geadopteerd door buitenlandse echtparen in de VS, Noorwegen, Zweden, Frankrijk, Duitsland, … Deze databank moet tegemoetkomen aan het feit dat er dossiers vernietigd zijn en dat er weinig registratie is.
° Inzagerecht: iedere geboorteouder en geadopteerde moet het wettelijk recht krijgen om zijn/haar dossier in te kijken (ruimer dan de huidige regeling in het kader van privacy).
° Rond anonieme bevallingen moet getracht worden de mogelijkheden om te vinden te maximaliseren. Beschikbare dossiers moeten ook raadpleegbaar gemaakt worden onder meer door ze te inventariseren.

21

6.2. De middelen

Er zijn vandaag al een aantal voorzieningen beschikbaar om sommige vragen te beantwoorden.

Reguliere hulpverlening

De bestaande hulpverleningsdiensten (CAW’s, CGG’s, rouwverwerkingsspecialisten) kunnen de vragen van de geboortemoeders en geadopteerden vandaag al capteren. Deze diensten zijn echter weinig gespecialiseerd in (gedwongen) adoptie en er is dus nood aan sensibilisering en vorming.

Het Zoekregister

Dit is een dienst in Vlaanderen die zoektochten faciliteert en begeleidt16. Het Zoekregister helpt mensen die in het kader van een adoptie naar iemand op zoek zijn, om die persoon terug te vinden. Zowel geboorteouders die een kind afstonden voor adoptie als geadopteerde, maar ook adoptieouders kunnen er terecht:

° geboorteouders voor steun in de verwerking daarvan of informatie over of contact met de geadopteerde;
° geadopteerden voor informatie over biologische ouder(s), (half)broers of (half) zussen of erfelijke informatie en voor begeleiding doorheen dit soms moeilijke emotionele proces op zoek naar identiteit, afkomst en roots;
° adoptieouders met vragen of onzekerheid bij de zoektocht van een geadopteerde helpen ze zoeken naar de beste oplossingen.
Allemaal kunnen ze begeleiding krijgen bij de voorbereiding op een zoektocht, de zoektocht zelf en de nazorg, of er nu gevonden is of niet.

Het Zoekregister zoekt niet in de eerste plaats naar een objectieve waarheid, hun doel is mensen te helpen om vooruit te geraken. Het risico bestaat dat door een zoektocht bijkomende schade wordt veroorzaakt; dit moet natuurlijk voorkomen worden.

Eén van de problemen die het Zoekregister ervaart, is een gebrek aan structurele financiering. Gelet op de opdracht van deze dienst, waarbij continuïteit in de werking essentieel is, is dit een precaire situatie.

Het Steunpunt Adoptie

Uit verhalen van slachtoffers en de uiteenzetting van Mater Matuta blijkt dat verschillende geadopteerden niet voldoende ondersteuning konden vinden. Voor een deel raakt dit aan de grenzen van het welzijnswerk en de geestelijke gezondheidszorg die niet alle leed kunnen verhelpen. Maar de klacht dat professionele hulpverleners uit de reguliere welzijnszorg soms onvoldoende kennis hebben rond adoptie, kwam ook bij interlandelijke adopties voor. Daarom kreeg het, op 1 januari 2013 opgerichte, Steunpunt Adoptie decretaal de opdracht om expertise rond adoptie te bevorderen bij het bestaande hulpverleningsaanbod17. Zij houden onder andere een sociale kaart bij van adoptie-specifieke hulpverlening in Vlaanderen en organiseren vormingen voor deze hulpverleners.

16 Zoekregister: Osystraat 39/0 2060 Antwerpen E-mail: sook.heirbaut@gewenstkind.be Website: http://www.gewenstkind.be/
17 Decreet houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen dd. 20/01/2012, art.20 §2, 2°b

22

7. Samenvattende conclusie

Het expertenpanel heeft uitgebreid stilgestaan bij de getuigenissen van de geboorteouders en geadopteerden. Hoewel de omvang van de problematiek onduidelijk blijft, is er zeker sprake van een aantal adopties die gebeurden na dwang. De historische en maatschappelijk context had hierin een duidelijke invloed en speelde dan ook een rol bij de gedwongen adopties. De koloniale context speelde een rol bij de gedwongen adopties en overbrengingen naar België van metiskinderen.

Het panel stelt vast dat er bij gedwongen adopties enerzijds tekorten worden gesignaleerd die samengaan met de historische context (vb tekort aan nazorg). Het blijft belangrijk om te vermijden dat het verleden vanuit een hedendaagse bril wordt bekeken en geëvalueerd (vb. kijk op
ongehuwd ouderschap).

Anderzijds zijn er ook feiten gebeurd die zelfs binnen die historische context niet hadden mogen gebeuren en dus als werkelijk fout gezien worden, zoals het negeren van een uitdrukkelijke wens tot behoud van het kind. De wijze waarop toestemmingen al dan niet verkregen zijn en kinderen in adoptie geplaatst zijn, was toen al onaanvaardbaar.

Er zijn verschillende oorzaken waardoor de gedwongen adopties konden plaatsvinden.

Anticonceptie was bijna onbestaande en onbeschikbaar. Er waren weinig reële keuzemogelijkheden voor ongepland zwangeren. Bovendien was er geen enkele mogelijkheid om op een legale manier een abortus te laten uitvoeren. Ondersteuning bij kwetsbaar (jong en/of ongehuwd) ouderschap was quasi onbestaande.

Het wettelijk kader bood de geboorteouders, de kinderen en de adoptieouders slechts een zwakke bescherming. Uit de getuigenissen blijkt dat de wettelijke regeling in combinatie met de maatschappelijke context faalde om een kwetsbare groep geboorteouders afdoende te beschermen zodat ze geïnformeerd en in alle rust zouden kunnen beslissen over hun toekomst en die van hun kind. De geïnformeerde toestemming van de geboorteouders, zoals die tegenwoordig begrepen wordt en vereist is, was niet gegarandeerd en ontbrak in bepaalde omstandigheden.

Het toezicht op de voorzieningen was niet gericht op adoptiebemiddeling. In de voorzieningen die instonden voor de zorg voor de moeders lag de focus bovendien op het terug ingebed raken van de moeders. Er werd niet stilgestaan bij de emotionele beleving van de moeders of van de kinderen. Pas later kwam hier meer aandacht voor. Er was geen begeleiding noch was er veel ruimte om alternatieven voor een afstand of adoptie te exploreren.

Door het ontbreken van regelgeving over opbouw en bewaring van adoptiedossiers ging er al veel informatie onherroepelijk verloren. Andere dossiers zijn niet toegankelijk omwille van het beroepsgeheim in de bewarende dienst, of omdat ze deel uitmaken van een medisch dossier. Zelfs vandaag ontbreekt een duidelijk zicht op het aantal adopties en is er onvoldoende registratie van adoptiebeslissingen. Naast de adopties die gebeuren op reglementaire basis via erkende adoptiediensten, vinden er ook vandaag nog heel wat adopties plaats zonder dat er een erkende dienst instaat voor begeleiding, zoals stiefouderadopties, intrafamiliale adopties, adopties na draagmoederschap, adopties in Frankrijk na anonieme bevalling van een Belgische moeder, ….

Uit de getuigenissen en de context kon het expertenpanel wel een aantal duidelijke vragen distilleren. Deze vragen vanuit de geboorteouders en de geadopteerden vormen, samen met de vragen van de minister en het Vlaams Parlement, de leidraad bij de beleidsaanbevelingen. Er zijn enerzijds aanbevelingen die deze personen zowel op individueel vlak als collectief vlak moeten helpen en anderzijds zijn er aanbevelingen die moeten zorgen voor een goed beleid in de toekomst, waarin gedwongen adopties zo veel als mogelijk vermeden moeten worden.

De antwoorden die gegeven zullen worden door het beleid op deze problematiek zullen sterk rekening moeten houden met de diversiteit die er is bij de geboorteouders, geadopteerden en adoptieouders.

23

8. Aanbevelingen

8.1. Beleidsaanbeveling met betrekking tot erkenning en herstel18

Het panel zocht naar mogelijkheden om tot herstel te komen, naar mogelijkheden om het gebeurde een plaats te kunnen geven. De klok kan echter niet teruggedraaid worden: de adoptie kan niet ongedaan gemaakt worden.

Het is belangrijk om de verwachtingen en vragen individueel te concretiseren en niet te veralgemenen om niet in de val te lopen om op basis van individuele verhalen een algemeen voorstel te doen. Het aanbod moet tegemoet komen aan wat mensen ook zelf moeilijk vinden en verwachten. Idealiter zoekt men met elk slachtoffer individueel naar wat zij/hij nodig heeft en verwacht. Er zal niet één universeel antwoord zijn.

Daarnaast mogen de acties naar personen die zich slachtoffer voelen er niet toe leiden dat vrouwen, die gekozen hebben voor adoptie als de meest aangewezen weg, hierover schuldgevoelens krijgen. Ook adoptieouders hoeven zich niet schuldig te voelen over de adoptie die ze deden in de terechte verwachting daarmee een belangrijke hulp te bieden aan de moeder en het kind.

Het moet duidelijk zijn welke verwachting in het kader van een zoektocht wel of niet haalbaar is. We mogen niet uitgaan van de premisse, of doen uitschijnen dat iedere geboortemoeder of adoptiekind wil of moet zoeken en zal kunnen vinden. Bovendien heeft iedereen het recht om niet te willen zoeken of om niet gevonden te willen worden.

Individueel

1) Voor de “stilzwijgende” groep

2) Voor de groep die wil weten, zoeken, vinden

AANBEVELING 1

Om te vermijden dat mensen geculpabiliseerd of als slachtoffer bestempeld worden, moet in communicatie en besluitvorming over gedwongen adoptie rekening gehouden worden met de groep betrokkenen die, voor zover geweten, geen hulpvraag stelt.

AANBEVELING 2

Zoektochten worden bij voorkeur door een onafhankelijke dienst opgenomen, dus niet binnen een adoptiedienst. Om een dergelijke dienst een voldoende uitgebreid team en bestaanszekerheid te kunnen bieden, is het wellicht nodig om zoekvragen rond verschillende thema’s te bundelen. Hierbij wordt verwezen naar het voorbeeld van het Nederlandse FIOM dat o.a. zoekvragen in het kader van kunstmatige inseminatie en adoptie combineert.

AANBEVELING 3

Er is nood aan een wettelijke regeling voor overdracht van adoptiedossiers aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. Zo zorgen we ervoor dat de informatie voor geboorteouders en geadopteerden op één plaats te vinden is.

18 De termen heling en herstel worden voortdurend door elkaar gebruikt. De definities liggen dicht bij elkaar: respectievelijk genezen, heel maken en in de vorige toestand brengen, beter worden (Van Dale). In het rapport wordt consequent het woord ‘herstel’ gebruikt.

24

3) DNA-Databank

De vraag naar een DNA databank wordt vooral gesteld door geboorteouders en geadopteerden na een anonieme bevalling in Frankrijk. Door het ontbreken van een geboorteakte met naam en de onbetrouwbaarheid van andere gegevens is het bijzonder moeilijk om het verband tussen een kind en zijn moeder te leggen. Met DNA onderzoek zou dit opgelost kunnen worden voor de individuen waarvan DNA voorhanden is: in het geval dat er geen DNA overeenkomst is, dan is het 100% zeker dat er geen verwantschap is. Als er wel een overeenkomst is, dan is zo goed als zeker dat men verwant is. Behalve de verwantschap ouder-kind kunnen ook andere verwantschappen zoals tussen broers, zussen, halfzussen, halfbroers, grootouders, … worden vastgesteld.

Bij een DNA-databank wordt meestal gewerkt met anonieme stalen. De stalen krijgen een code en die code wordt opgenomen in een register. Pas als er een matching is, wordt de code doorbroken, en kunnen de betrokken personen op de hoogte gebracht worden. Diegene die het onderzoek uitvoert, doet dit dus steeds op basis van geanonimiseerde gegevens. Dit is de werkwijze die ook Nederland volgt voor de KID-databank: een ziekenhuis staat in voor de DNA-analyse en geeft de gematchte gegevens door aan FIOM die in het register met de zoekvragen de persoonsgegevens bijhoudt en instaat voor de begeleiding van de betrokkenen.

Technisch is een dergelijke databank goed mogelijk. Idealiter gebeurt in Vlaanderen de registratie op één centrale plaats. De afname van een DNA-staal (vingerprik, wangslijmvlies) hoeft niet door een arts te gebeuren. Het staal wordt best afgenomen op het moment van de registratie, door de organisatie die verantwoordelijk is voor de registratie van de identiteitsgegevens en voor de psychosociale omkadering en counseling.

De stalen worden dan voorzien van een code en zonder identiteitsgegevens doorgegeven aan de dienst die het DNA profiel opstelt, de databank beheert en de matchingen uitvoert. In het geval een verwantschap gevonden wordt, geeft deze dienst de verwante codes aan de registratiedienst die kan terugvinden over welke personen en welke zoekvraag het gaat. Vervolgens is het nodig om de gevonden informatie met de nodige zorg aan alle betrokkenen mee te delen. Zowel bij de aanvankelijke registratie als bij een matching moeten de verwachtingen (uitwisseling van niet- identificeerbare gegevens of ook van identiteitsgegevens) bij alle partijen duidelijk zijn. Er is een belangrijke taak weggelegd voor de organisatie rond het verwachtingenmanagement bij de zoekers.

Hoewel het mogelijk is om een databank regionaal in Vlaanderen op te zetten, wordt de mogelijkheid om zoekvragen op te nemen best niet beperkt maar uitgebreid naar andere regio’s in België en Europa. Verwanten kunnen immers terechtkomen in of afkomstig zijn uit verschillende regio’s.
Het federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (FAGG) heeft ervaring met celbanken en met de selectie van donoren in de fertiliteitscentra. Het zou dus mogelijk een rol kunnen spelen in een eventuele DNA-databank. Vermoedelijk zal ook een aanvraag / toelating van het comité bio-ethiek en de privacy commissie noodzakelijk zijn bij de opstart van een dergelijke DNA-databank.

AANBEVELING 4 DNA-databank

Het openen van een DNA-databank met geanonimiseerde gegevens, in eerste instantie in het kader van de gedwongen adoptie, wordt aanbevolen. Deze databank moet zo ruim mogelijk opgevat worden. Het panel raadt aan om bijvoorbeeld ook de afstammingsvragen van donorkinderen (gameet of embryo) hier mee in op te nemen. Verder onderzoek naar de haalbaarheid en de opportuniteit van een ruimere toegankelijkheid voor bijvoorbeeld familieleden van rechtstreeks betrokkenen zal nodig zijn.

25

Register afstammingsvragen.

Naast een DNA-databank met geanonimiseerde gegevens is ook een register nodig waarin de registratie van het verband tussen DNA en persoonsgegevens gebeurt, vooraleer het geanonimiseerde DNA onderzocht wordt. Dit wordt best los van de eigenlijke databank georganiseerd.

Bij het opstarten van een DNA databank mag de nodige zorg niet ontbreken. Eén counselinggesprek, waarin de mogelijkheden en beperkingen van de databank aan bod komen, voor iedereen die vrijwillig een DNA-staal wil afstaan, wordt aangeraden. Pas na een dergelijk gesprek kan een geïnformeerde toestemming gegeven worden. Bij minderjarigen nagaan of de vraag echt van de minderjarige komt (en niet van bv. adoptieouders) kan tijdens dit gesprek gebeuren. In realiteit zal de counseling veel breder moeten zijn. De zorg voor zowel diegene die vindt als voor diegene die niet vindt kan zeer intensief zijn en een langere begeleiding vereisen.

Geadopteerden zouden een beroep kunnen doen op de DNA-databank vanaf 12 jaar; in dat geval worden enkel niet-identificeerbare gegevens (opleiding, uiterlijk, karakter, …) bekendgemaakt. De minderjarige wordt altijd begeleid door een (meerderjarige) vertrouwenspersoon. Voor identificeerbare gegevens zou een minimale leeftijd van 16 jaar gehanteerd moeten worden.

Bij communicatie over een dergelijke databank moet ook aandacht zijn voor het feit dat het geen verplichting is om zich erin te laten opnemen. Er mag geen ‘morele’ dwang komen om zich aan te melden bij de databank. Ieder individu moet in vrijheid kunnen beslissen over het al dan niet starten van een zoektocht.

De expertise over dit onderwerp kan men bundelen in een centrum ‘Afstamming’ met daarin verschillende modules (DNA-databank-zoekregister-donorgegevens).

4) Forum om het individuele verhaal te doen

1712

Op vraag van het Vlaams Parlement werd beslist dat ook slachtoffers van gedwongen adoptie gebruik kunnen maken van de 1712 lijn. 1712 is de hulplijn voor iedereen die vragen heeft over geweld, misbruik en kindermishandeling. In het kader van historisch misbruik hebben de medewerkers van 1712 de nodige expertise opgebouwd rond de opvang van slachtoffers van geweld uit het verleden. Gedwongen adopties in het verleden gebeurden niet altijd met fysiek geweld maar er was wel vaak sprake van psychisch geweld. Het is dus logisch dat ook deze slachtoffers hun hulpvraag bij 1712 kunnen stellen.

De medewerkers van 1712 luisteren naar het verhaal van iedereen die betrokken was bij een gedwongen adoptie en leiden hen toe tot de hulpverlening. Dit kan gaan over psychologische ondersteuning of begeleiding maar ook over concrete hulp bij een zoekvraag. Het slachtoffer kan, als hij of zij dit wenst, gecontacteerd worden door medewerkers van de centra algemeen welzijnswerk voor psychologische ondersteuning. Is er meer intensieve hulpverlening nodig dan kan doorverwezen worden naar de centra geestelijke gezondheidszorg. Voor slachtoffers die specifiek zoeken naar hun geboorteouders of hun geadopteerd kind, kan het Zoekregister contact met hen opnemen. De beller kan ook doorverwezen worden naar de nieuw opgerichte erkennings- en bemiddelingscommissie (zie verder) rond gedwongen adoptie in het verleden.

Erkennings-en bemiddelingscommissie

Naast het openen van 1712, wordt ook een erkennings-en bemiddelingscommissie opgericht voor slachtoffers van een gedwongen adoptie. Deze zal zeker tot eind 2015 operationeel zijn. Bij deze commissie kunnen slachtoffers terecht die niet zozeer hulp zoeken maar wel erkenning willen van hun leed en/of eventueel een confrontatie willen aangaan met diegene die druk heeft uitgeoefend. In de commissie zullen leden zitten van het huidige expertenpanel, die specifieke expertise en ervaring hebben met dergelijke gesprekken. Het erkenningsgesprek kan, indien gewenst, leiden tot een bemiddelingsverzoek. In dit geval zal de commissie -zo mogelijk- de aangeduide tegenpartij

26

uitnodigen. Het kan daarbij gaan om de persoon die de vermeende dwang uitoefende of de directie van de instantie waar dit plaatsvond.
Als de tegenpartij wil ingaan op de vraag dan wordt een bemiddelingsgesprek mogelijk.

De Commissie handelt onafhankelijk en is een plaats van ontmoeting en dialoog. Ze werkt discreet en respecteert de privacy-reglementering. Het is geen waarheids- of onderzoekscommissie. Ze spoort geen daders op en is niet uit op waarheidsvinding. Om een bemiddelingsgesprek met degene die de veronderstelde dwang uitoefende mogelijk te maken, contacteert de commissie de betrokken dienst. Aan deze instantie wordt gevraagd of zij weten of de betreffende persoon nog leeft en/of bereid is tot een bemiddelingsgesprek. Indien dit niet het geval is, wordt de actuele directie van de betrokken instantie uitgenodigd om deel te nemen aan het bemiddelingsgesprek. Bemiddelingsgesprekken tussen geboorteouders en hun ouders zijn in principe ook mogelijk.

Welke aanvragen kan de erkennings-en bemiddelingscommissie niet behandelen? – aanvragen naar aanleiding van situaties die zich voordeden na 1989;
– aanvragen voor een financiële schadevergoeding;
– aanvragen voor een juridisch onderzoek;

– aanvragen gericht op het onderzoeken van wat precies gebeurde (“waarheidsvinding”);
– aanvragen gericht op contact tussen geboorteouders/geadopteerden (dit is een vraag voor het Zoekregister).

Het panel meent dat hiermee tegemoet gekomen wordt aan de vraag naar een forum voor individuele verhalen. Het merkt op dat de erkennings- en bemiddelingscommissie gedwongen adoptie, net als deze voor historisch misbruik, in opzet tijdelijk is. De vraag kan gesteld worden of in de plaats van tijdelijke commissies met een specifieke doelgroep er binnen de Vlaamse gemeenschap geen behoefte is aan en ruimte is voor een staande commissie die voor alle vragen tot erkenning en bemiddeling kan optreden.

Het panel stelt vast dat slechts een beperkt aantal mensen effectief belt naar1712. Het is onduidelijk wat hiervan de oorzaak is. Mogelijk is de drempel om te bellen naar de hulplijn voor geweld te hoog of werd het nummer onvoldoende bekend gemaakt of is de nood aan die ondersteuning beperkt.

AANBEVELING 5

Er is een blijvend aanspreekpunt nodig voor personen die zich het slachtoffer voelen van een gedwongen adoptie. 1712 is in die zin positief maar dit beschouwt het panel als een tijdelijke oplossing. Een bliijvend aanspreekpunt wordt best mee opgenomen in het afstammingscentrum (zie ook aanbeveling 4). Dit centrum kan ook de andere vragen van de betrokkenen zoals zoekvragen opnemen en zo continuïteit bieden.

Het panel pleit ervoor om het nummer 1712 voor te behouden voor wat het in oorsprong bedoeld is met name het beantwoorden van vragen rond geweld.

5) Schadevergoeding

Het is moeilijk om leed kwantificeerbaar te maken in schadevergoedingen. Schadevergoeding veronderstelt ook een antwoord op de schuldvraag in een individuele situatie, wat zoals verder wordt aangegeven, zelden te realiseren zal zijn. In overeenstemming met de inschatting dat waarheidsvinding op individueel niveau doorgaans onmogelijk is en daardoor niet bijdraagt tot herstel bij het slachtoffer, wordt ook niet aangeraden om bijzondere regelingen te treffen voor schadevergoedingen. Slachtoffers die menen dat dit in hun situatie wel nuttig en mogelijk is, kunnen hiervoor de gerechtelijke weg volgen. Een schadevergoeding draagt volgens het panel weinig bij aan een oplossing. Het panel vindt het daarentegen wel noodzakelijk om te voorzien in een opvangmogelijkheid voor diegene die hier nood aan hebben.

27

In principe kan elk slachtoffer via de rechtbank een schadevergoeding vragen voor het leed dat hem of haar opzettelijk werd toegebracht; op voorwaarde dat:

  • –  de fout wordt bewezen
  • –  het oorzakelijk verband tussen de schade en de fout wordt aangetoondDe verjaringstermijn van een ‘burgerlijke’ vordering bedraagt in principe niet meer dan vijf jaar. Deze termijn begint te lopen vanaf het ogenblik dat het slachtoffer kennis heeft gekregen van de schade, maar ook van de identiteit van diegene die hiervoor verantwoordelijk is. Vermits geboortemoeders in principe onmiddellijk ‘op de hoogte’ zijn van de fout en de identiteit van diegene die de fout heeft toegebracht, is het weinig waarschijnlijk dat zij nog een vordering kunnen instellen.Voor geadopteerden kan dit anders liggen, vermits het moment waarop men kennis heeft gekregen van de ‘fout’ (de gedwongen adoptie), heel wat later kan zijn. Desalniettemin zijn ook hier de mogelijkheden zo goed als onbestaande, aangezien elke vordering tot schadevergoeding naar aanleiding van buitencontractuele aansprakelijkheid verjaart 20 jaar na de feiten.Het vorderen van schadevergoeding langs gerechtelijke weg, lijkt dus zo goed als uitgesloten.6) Bijstand aan geadopteerden/professionele hulpverleningDe vraag naar gratis bijstand voor geadopteerden en geboorteouders kan beantwoord worden door het voorzien van een permanent aanspreekpunt (aanbeveling 5). Verdere professionele hulpverlening, naast de reeds bestaande adoptiegerelateerde hulpverlening, kan opgenomen worden in het afstammingscentrum (aanbeveling 4). Bovendien kunnen alle hulpzoekenden ook terecht bij de gesubsidieerde welzijns- en gezondheidszorg in Vlaanderen.Collectief1) OnderzoekEen kwalitatief wetenschappelijk onderzoek kan meer inzicht brengen in de diversiteit van de verhalen, in de context en in de ervaringen en verwachtingen van slachtoffers. Op die manier kan misschien ook aangetoond worden welke de aandachtspunten zijn voor de huidige praktijk en beleid. Het resultaat van dergelijk onderzoek kan mee opgenomen worden in een eventuele tentoonstelling in het kader van erkenning van het gebeurde (zie aanbeveling 8).Een onderzoek om een objectieve waarheid te vinden en waar mogelijk ook fouten en een schuldige aan te wijzen is veel minder evident. Uit de sterk uiteenlopende verhalen en situaties komt geen algemeen geldende waarheid naar voor. Bovendien is het bijzonder moeilijk om na te gaan wat er juist gebeurd is, enerzijds omdat het lang geleden is en anderzijds omdat er toen geen betrouwbare data werden bijgehouden (waardoor men moet rekenen op de herinnering van betrokkenen). Van het zoeken naar schuldigen wordt ook niet verwacht dat het zal bijdragen tot herstel.Als er kwalitatief onderzoek gebeurt dan moet er, naast het in kaart brengen van de historische gebeurtenissen, ook aandacht zijn voor de zorgnoden van de betrokkenen.2) Erkenning en verontschuldigingEen publieke erkenning en verontschuldiging van de overheid is een sterk signaal en kan bijdragen tot het herstel van individuele slachtoffers. Om effectief te zijn moet de verontschuldiging zo concreet mogelijk en vanzelfsprekend ook oprecht zijn. Dit betekent ook dat een verontschuldiging

AANBEVELING 6

Het expertenpanel beveelt aan om geen bijzondere mogelijkheid tot schadevergoeding voor slachtoffers van gedwongen adoptie te voorzien.

28

best betrekking heeft op feiten waarover diegene die de verontschuldigingen aanbiedt, verantwoordelijk is.

Een collectieve verontschuldiging voor de feiten die te linken zijn aan de historische context, zoals het gebrek aan nazorg en begeleiding, is moeilijk. We kijken immers naar het verleden met de kennis van vandaag.

Een verontschuldiging is slechts één van de mogelijke manieren om een collectieve erkenning te geven aan het leed. Voor de feiten die eerder te linken zijn aan de historische en maatschappelijke context, wordt best gezocht naar alternatieven, zoals een tastbare herinnering.

3) Tastbare herinnering

Het creëren van een tastbare herinnering geeft erkenning aan het gebeurde en geeft het een plaats in de collectieve geschiedenis. Een voorbeeld zijn de inspanningen rond historisch misbruik in voorzieningen, waar o.a. een tentoonstelling georganiseerd werd. Over de geschiedenis van adoptie en de metiskinderen kan ook een tentoonstelling worden georganiseerd. Het voor de hand liggende kader om dit te doen is de tentoonstelling over de geschiedenis van de jeugdzorg in het museum Dr. Guislain te Gent.

Ook andere vormen van tastbare herinneringen zijn mogelijk. Het is te verwachten dat verschillende slachtoffers ook verschillen van mening over welke vorm de voorkeur heeft. Dit is één van aspecten die in een kwalitatief onderzoek aan bod kunnen komen. Bijvoorbeeld kan gedacht worden aan focusgroepen –bijvoorbeeld samengesteld uit vrijwilligers die contact opnamen met 1712- die samen nadenken over hoe er bijvoorbeeld werk kan gemaakt worden van een symbolische invulling van hun leed (oprichting standbeeld, actief moment/viering waarbij slachtoffers de kans krijgen om op een zichtbare, maar serene manier hun verdriet te tonen en afscheid te nemen, …).

Metiskinderen

Voor de metiskinderen in Vlaanderen kan in principe hetzelfde voorzien worden als voor slachtoffers van binnenlandse gedwongen adopties. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de Vlaamse overheid ook over de overgebrachte metiskinderen zoveel mogelijk informatie probeert te verzamelen te bewaren en toegankelijk te maken in de hoop de kansen op succes bij zoekvragen te verhogen. Voor zoektochten zullen metiskinderen zich eerder moeten wenden tot het VCA dan tot het Zoekregister omdat er vooral in het buitenland moet worden gezocht.

De medewerking van organisaties met kennis van het terrein zoals Congolese en Rwandese instanties, ontwikkelingssamenwerking, FOD BUZA en katholieke congregaties zal daarbij onmisbaar zijn.

AANBEVELING 7

Het panel beveelt aan dat het Vlaams Parlement publiek erkenning geeft voor het leed van de slachtoffers van gedwongen adoptie, zich verontschuldigt voor het feit dat de overheid te laat reageerde op de meldingen van gedwongen adopties en zich engageert voor de uitvoering van de aanbevelingen in dit rapport.

Bij deze gelegenheid kan het parlement ook oproepen om adoptiedossiers over te maken aan het Vlaams Centrum voor Adoptie (zie ook aanbeveling 14).

AANBEVELING 8

De mogelijkheid om een tastbare herinnering te bieden aan de geschiedenis van adoptie -met aandacht voor gedwongen adoptie- en aan de geschiedenis van metiskinderen moet onderzocht worden. Het panel stelt voor om dit te doen via een tentoonstelling binnen die van de geschiedenis van de jeugdzorg.

29

Het expertenpanel vindt het belangrijk dat er ook voor de geboorteouders in Afrika iets gebeurt, dat zij een gelijkaardige hulp en ondersteuning kunnen krijgen als de Vlaamse geboorteouders. Hiervoor zal de Vlaamse overheid vermoedelijk moeten samenwerken met de bevoegde federale diensten. De mogelijkheden in Afrika zijn voor het expertenpanel onbekend, maar er moet onderzocht worden wat er aangeboden kan worden aan deze geboorteouders.

AANBEVELING 9

Het expertenpanel beveelt aan dat metiskinderen op dezelfde hulp en ondersteuning beroep kunnen doen als de binnenlands geadopteerden die na dwang in adoptie geplaatst werden. De dossiers over deze situaties moeten samengebracht worden bij één centrale federale dienst, bijvoorbeeld bij de federale centrale autoriteit.

Daarnaast moeten de Vlaamse en federale overheid samen onderzoeken wat er kan gedaan worden voor de Afrikaanse geboorteouders.

8.2. Beleidsaanbevelingen voor de toekomst

meisje pech gehadRegelgeving binnenlandse adoptie

Na analyse van de problematiek is duidelijk geworden dat een goede regelgeving inzake adoptie noodzakelijk is als we als samenleving zowel de geboorteouders, de geadopteerden als de adoptieouders de nodige bescherming willen bieden. Deze regelgeving moet duidelijkheid bieden over de bemiddeling en over de manier van financiering; waarbij gegarandeerd wordt dat de beslissingen niet onder druk van kandidaat-adoptieouders of financiën staan. Een gepaste subsidiëring van de adoptiediensten zou daartoe bijdragen.

Tegelijk moet er aandacht zijn voor een risico op overregulering waardoor ongepland zwangeren geen hulp meer zoeken bij de erkende diensten en andere uitwegen zoeken voor hun situatie. Hierdoor riskeren we dat het omgekeerde effect bereikt wordt en dat minder vrouwen hun weg vinden naar begeleiding in hun beslissingsproces (cfr. huidige anonieme bevallingen in Frankrijk). Het panel doet hier aanbevelingen over elementen die uit hun analyse van de gedwongen adopties naar voren kwamen. Deze aanbevelingen moeten een plaats vinden binnen een volledige regelgeving rond binnenlandse adoptie.

Blijvend verbod op bemiddeling door wie niet geaccrediteerd is

Uit de analyse komt naar voor dat een niet-gereglementeerde bemiddeling het risico op dwang verhoogt. Daarom pleit het panel ervoor dat bij binnenlandse adoptie, ‘zelfstandige adoptie’, onmogelijk is. Als we ervan uitgaan dat kandidaat-adoptanten voor de adoptie van een ongekend kind geen beroep doen op een erkende adoptiedienst, rijst de vraag op welke manier zij een adoptabel kind zullen ‘identificeren’. Juridisch gezien mogen zij enkel rechtstreeks informatie ontvangen van de geboorteouders en dus niet van een tussenpersoon die geen erkende adoptiedienst is.

Deze regel moet te allen tijde gerespecteerd worden, vermits in het tegengestelde geval er duidelijke risico’s op kinderhandel zijn.

Begeleiding van ongepland / ongewenst zwangere vrouwen die afstand overwegen

De begeleiding van ongepland zwangere vrouwen, en in het bijzonder van hen die overwegen om hun kind af te staan met het oog op binnenlandse adoptie moet met de grootste zorg gebeuren. Hiervoor is een doorgedreven kennis en expertise niet de enige vereiste. Minstens even belangrijk is het om te allen tijde, en aan alle betrokkenen te kunnen garanderen dat de keuze voor adoptie in alle vrijheid werd gemaakt, en dit zowel in feite, als naar perceptie.

Daarbij lijkt het logisch dat de begeleiding van afstandsmoeders niet gefinancierd wordt door de kandidaat-adoptanten, want dan bestaat er minstens een risico van belangenvermenging.

30

Het begeleiden van ongepland zwangere vrouwen die afstand overwegen, wordt best toevertrouwd aan een laagdrempelige en onafhankelijke dienst, die daartoe door de overheid en bij uitbreiding de ruimere samenleving gemandateerd wordt. Aan dit mandaat wordt de nodige financiering gekoppeld.

De vraag rijst of deze opdracht toevertrouwd moet, of kan worden aan een adoptiedienst, wiens maatschappelijke opdracht en finaliteit bestaat uit het plaatsen van kinderen bij wachtende kandidaat-adoptanten?

De binnenlandse adoptiediensten hebben door hun jarenlange ervaring, bijzonder veel expertise opgebouwd in de begeleiding van ongepland zwangere vrouwen die afstand overwegen, en dit zowel voor de geboorte, als na de afstand. In Vlaanderen bestaat er op dit moment geen enkele andere dienst, die over een vergelijkbare opdracht of expertise beschikt. Rekening houdend met het feit dat het gaat om een beperkte doelgroep (ongeveer een 100-tal zwangeren jaarlijks, van wie uiteindelijk een 30-tal vrouwen kiezen voor binnenlandse adoptie), lijkt het niet wenselijk om de middelen en expertise verder te versnipperen.

Uit de praktijk blijkt bovendien dat een integrale benadering –de begeleiding start reeds tijdens de zwangerschap en kan naadloos doorlopen na de geboorte en afstand- belangrijke voordelen heeft ten aanzien van de doelgroep. Het gaat vaak om vrouwen, maar ook om hulpvragen, die niet altijd meteen zijn in te passen in het bestaande hulp- en/of zorgverleningsaanbod. Bovendien is het niet wenselijk, noch evident om een vrouw die afstand overweegt en uiteindelijk doet, in de loop van dit proces door verschillende instanties te laten begeleiden: de vraag rijst op welk moment een overdracht mogelijk zou zijn zonder dat dit leidt tot een vertrouwensbreuk. Als de begeleiding voor en na de afstand door éénzelfde organisatie gebeurt, dan is het voor de betrokken (adoptie)dienst ook makkelijker om nadien aan de slag te gaan met vragen van de geadopteerde rond zijn afkomst en identiteit, of anderzijds wanneer de geboortemoeder aangeeft dat zij (verder) contact wil met het kind dat zij heeft afgestaan.

Daar tegenover staat dat belangvermenging uitgesloten moet worden. Daarom is het belangrijk dat er een duidelijke scheiding is tussen de begeleiding van de afstandsouders en de bemiddeling; en dit zowel functioneel als financieel.

De functionele afbakening wordt bereikt doordat de begeleiding van de afstandsmoeders en de kandidaat-adoptanten wordt opgenomen door verschillende teams binnen eenzelfde grotere werking. Elk team neemt zijn eigen gemotiveerde beslissing, zonder dat andere factoren (zoals vb. het aantal kandidaten op de wachtlijst) daarbij een rol mogen spelen. Deze stelregel wordt nu al door de binnenlandse adoptiediensten gehanteerd. Daarnaast lijkt het ook een goede zaak dat in de toekomst de opdracht van de adoptiedienst zich beperkt tot het traject van de afstandsouders en het (ongeboren) kind, en dat de screening en voorbereiding van kandidaat-adoptanten wordt toevertrouwd aan onafhankelijke diensten.

Op financieel vlak stellen we vast dat het feit dat diensten voor hun financiële overleven afhankelijk zijn van bijdragen die gegeven worden door kandidaat-adoptanten en dus van het aantal adopties, wat het risico op gedwongen adoptie verhoogt. Het expertenpanel pleit ervoor om voldoende subsidies te voorzien voor de begeleiding van ongepland zwangeren (en hun omgeving), zodat de financiële link die momenteel bestaat tussen de beslissing van de geboorteouders en de vergoeding die kandidaat-adoptanten betalen wanneer er een kindje wordt toegewezen, voorgoed doorgeknipt wordt. Het streefdoel is dat het team dat instaat voor de begeleiding van afstandsmoeders, en dit zowel voor de geboorte, als na de adoptie volledig door de Vlaamse overheid gesubsidieerd wordt.

AANBEVELING 10

Het panel vindt het noodzakelijk dat de begeleiding van geboorteouders gebeurt door een erkende dienst die, minstens voor de begeleiding van de geboortemoeders, financieel volledig onafhankelijk functioneert van het aantal kinderen dat effectief wordt afgestaan voor adoptie. Om dit mogelijk te maken is een subsidie van binnenlandse adoptiediensten noodzakelijk.

Een bundeling van de expertise zou daarbij een meerwaarde kunnen betekenen.

31

Toestemming van de geboorteouders

Er zijn in het verleden duidelijk fouten gebeurd bij het verkrijgen van de toestemming van de geboorteouders. Het panel vindt het belangrijk dat dit in de toekomst zoveel mogelijk vermeden wordt. Iedereen die zijn toestemming moet geven voor de adoptie van een kind moet hierin ondersteund worden en minstens grondig geïnformeerd worden. Het is nodig dat de geboorteouders een aangepaste begeleiding krijgen waarbij zij een weloverwogen beslissingsproces doorlopen.

Dit geldt in principe niet enkel voor geboorteouders van kinderen die geplaatst worden via een adoptiedienst (“ongekende kinderen”) maar ook voor geboorteouders van kinderen die geadopteerd worden door een bekende (“gekende kinderen”) zoals stiefouderadopties, adopties na draagmoederschap en adoptie door kennissen van de geboorteouders. Deze laatste groep omvat ook adopties waarbij in de feiten een bemiddeling door niet-vergunde personen gebeurt.

Alle geboorteouders die hun toestemming geven moeten dit op een geïnformeerde wijze, zonder druk kunnen doen. Dit vereist de tussenkomst van een professionele dienst bij elke afstand voor adoptie. Deze dienst heeft als opdracht de geboorteouder(s) te begeleiden bij het beslissingsproces. Deze begeleiding gebeurt op maat en kan zowel lang als kort lopen, afhankelijk van de vraag van de geboorteouder.

AANBEVELING 11

Geboorteouders van alle kinderen moeten geïnformeerd zijn over de gevolgen van hun beslissing tot toestemming in adoptie, ook bij adoptie van gekende kinderen. Om hierrond garanties te krijgen, raadt het panel aan om adopties pas toe te laten als de geboorteouder door een professionele dienst met de nodige expertise (bv. erkende adoptiedienst) geïnformeerd is. Deze informatie omvat zowel de wettelijke gevolgen als de psychosociale gevolgen van de toestemming voor adoptie.

Idealiter gebeurt dit voordat de rechtbankprocedure wordt ingezet (cfr. voorbereidingsattest van kandidaat-adoptieouders).

Minderjarige geboorteouders zijn een specifieke groep. Het gaat hierbij om een groep die meer druk kan ervaren doordat zij in een afhankelijke positie zitten, gelet op hun minderjarigheid. Het risico op dwang door de context is bij hen dan ook groter. Er moet hier ook extra aandacht gaan naar die groep die in hun huidige leefomgeving, om welke reden dan ook, geen enkele opvang kunnen vinden.

Registratie van het aantal adopties

Het panel stelt vast dat er zelfs vandaag geen volledig zicht is op het aantal adopties die plaatsvinden. Er is nood aan een centrale registratie van alle adopties die plaatsvinden, ook van de adopties die gebeuren door een ‘bekende’ zoals stiefouders, verwanten, na draagmoederschap, … .

AANBEVELING 12

Voor minderjarige geboorteouders die afstand overwegen is aangepaste zorg en begeleiding (op maat) noodzakelijk.

AANBEVELING 13
Er moet een centrale registratie komen van alle adopties in Vlaanderen.

32

Inzagerecht/bewaring dossiers

Bij interlandelijke adoptie is een inzagerecht geregeld voor geadopteerden in het decreet houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen van 20 januari 2012.
Voor binnenlandse adoptie bestaat er geen specifiek inzagerecht. Hierdoor is inzage alleen mogelijk op basis van de privacywetgeving: de geadopteerde heeft, net als de geboorteouder, het recht om zijn dossier in te kijken, voor zover de gegevens enkel op zichzelf betrekking hebben. Dit is niet in overeenstemming met het recht van het kind om zijn afkomst te kennen (IVRK).

In Vlaanderen wordt dit pragmatisch opgelost door bij elke inzagevraag, waar ook de vraag naar de gegevens van de geboorteouder (en/of de biologische broers en zussen) wordt gesteld, contact op te nemen met betrokkenen. Zo polst de dienst of zij akkoord zijn dat er informatie wordt doorgegeven, en zo ja, welke. Daarnaast wordt dit mee opgenomen in de nazorg door de adoptiedienst. Er is frequent contact met de geadopteerde die dan ook regelmatig (beperkte) informatie vraagt en kan krijgen. Hierin wordt het tempo van de geadopteerde gevolgd, die duidelijk kan aangeven welke informatie hij wel en niet wil krijgen.
Eerder dan een inzagerecht wordt hier een recht op informatie gehanteerd dat rekening houdt met de ontwikkeling en de behoefte aan informatie van de geadopteerde op een bepaald ogenblik. In tegenstelling tot de geadopteerden hebben de geboorteouders geen recht op informatie over het geadopteerde kind. Ook dit wordt in Vlaanderen pragmatische aangepakt door, als een geboorteouder zoekt, bij de geadopteerde (of het adoptiegezin bij minderjarigen) te polsen of zij bereid zijn om informatie uit te wisselen of open staan voor contact.

Er is volgens het panel een duidelijk verschil tussen geadopteerden die in Vlaanderen via een Vlaamse adoptiedienst worden geplaatst en geadopteerden die afkomstig zijn uit het buitenland. De fysieke afstand tussen de geadopteerde en de geboorteouder is vanzelfsprekend kleiner maar in Vlaanderen hebben we de mogelijkheid om ook de geboorteouders te begeleiden bij zoekvragen (van geadopteerden of van henzelf). Dit is bij buitenlandse geboorteouders -die in het herkomstland eigen regelgeving hebben- onmogelijk. Vandaar dat er niet gepleit wordt voor een automatische gelijkschakeling met het inzagerecht voor interlandelijk geadopteerden.
Bij binnenlandse adoptie maakt de fysieke nabijheid en de reële mogelijkheden tot contactname van zodra een betrokkene over enkele gegevens beschikt, een goede afweging van belangen en begeleiding van de informatieverstrekking noodzakelijk. Voor de geboorteouders is de mogelijkheid om aan te geven wat (niet) kan gedeeld worden (vertrouwelijkheidsexceptie) van belang. In de informatieverstrekking aan geadopteerden is de inschatting over wat verantwoord kan meegedeeld worden (pedagogische exceptie) noodzakelijk.

Het inzagerecht van geboorteouders is van een andere orde. De geboorteouders hebben geen enkele wettelijke band meer met de geadopteerde en dus in principe geen recht op informatie (in tegenstelling tot geadopteerde, die recht heeft op informatie over zijn herkomst). In het kader van gedwongen adopties vragen geboorteouders wel een inzagerecht. Ook de omgeving van de geboorteouder (andere kinderen, ouders, zussen, …) vragen soms informatie.

Om inzage te kunnen verlenen aan geadopteerden (en anderen) is de beschikbaarheid van informatie een eerste vereiste. Het panel stelt vast dat zelfs vandaag er geen volledig zicht is op het aantal adopties die plaatsvinden. Er wordt geen informatie centraal bewaard voor diegene die geadopteerd worden door een bekende, zoals stiefouders, verwanten, na draagmoederschap.

AANBEVELING 14

Het panel pleit voor een regeling rond het bewaren van alle adoptiedossiers. Deze regeling geldt ook voor adopties van de ‘gekende’ kinderen.

33

AANBEVELING 15

Ieder adoptiekind heeft recht op informatie over zijn adoptiestatus van zodra hij/zij dit kan begrijpen.

Daarnaast is het noodzakelijk dat er voor binnenlandse adopties een regeling komt voor inzagerecht. Deze regeling moet steunen op dezelfde principes als het inzagerecht voor interlandelijke adopties, met voldoende ruimte zodat bij de toepassing in de praktijk rekening gehouden wordt met de meervoudige partijdigheid: zowel de geadopteerde als de geboorteouders hebben eigen rechten en belangen waarmee in elk geval rekening moet worden gehouden. Elke inzagevraag zal dan ook met de nodige zorg omkaderd moeten worden. Cruciaal daarbij is dat elke partij akkoord moet gaan met een eventuele ontmoeting.

Er zal daarnaast ook zorgvuldig moeten nagedacht worden over de dossiervorming en over de, bij voorkeur stapsgewijze, manier waarop aan het recht op informatie / inzagerecht invulling kan worden gegeven, en dit vanaf jonge leeftijd. Hierbij is de toestemming nodig van de geboorteouders om bepaalde gegevens, zoals identificeerbare gegevens, vrij te geven.

AANBEVELING 16

Geboorteouders hebben volgens het panel recht op niet-identificeerbare gegevens over de geadopteerde. Andere informatie (zoals foto’s) kunnen zij enkel krijgen mits alle partijen hiervoor hun toestemming geven. De geïnformeerde toestemming van het minderjarige kind moet gevraagd worden van zodra hij/zij hier matuur genoeg voor is en ten allerlaatste op 12 jaar.

Bij vragen van andere familieleden van de geboorteouders kan uitwisseling van informatie enkel met toestemming van de geadopteerde.

Nazorg

Alle geadopteerden, geboorteouders en adoptieouders hebben recht op een omkaderde nazorg. Deze wordt bij voorkeur versterkt door de dienst die ook instaat voor de begeleiding van de geboorteouders en de bemiddeling. Daar bestaat een goede reden voor: vanuit hun opdracht inzake de begeleiding van geboorteouders, zullen binnenlandse adoptiediensten nazorg verlenen in het perspectief van een ontmoeting op volwassen leeftijd van het kind met zijn geboorteouders.

De basis van de nazorg kan gelegd worden tijdens de begeleiding van de geboorteouders enerzijds, en de kennismaking met de kandidaat adoptanten anderzijds.

Er wordt vandaag al een gevarieerd aanbod voorzien: emotionele begeleiding rond de afstand voor de geboortemoeder, opvoedingsondersteuning voor adoptieouders, maar ook begeleiding van geadopteerden met vragen rond identiteit en roots, informatie-uitwisseling, … .Ook het aanbieden van ontspanningsmomenten voor ouders en kinderen geeft gelegenheid tot onderlinge informatie- uitwisseling en het in groep beleven van de adoptiestatus, vanaf de vroege kindertijd.

Idealiter wordt door de Vlaamse overheid een basissubsidie voorzien zodat minstens de nazorg aan geadopteerden en geboorteouders kosteloos kan blijven.

34

Preventie – begeleiding ongepland zwangeren

Een belangrijke manier om gedwongen adopties te voorkomen is ervoor zorgen dat de ongepland zwangere vrouwen de juiste ondersteuning krijgen in hun beslissingsproces. Voor deze vrouwen is het cruciaal dat zij snel en laagdrempelig toegang vinden en krijgen tot neutrale, juiste en volledige informatie over de verschillende keuzemogelijkheden en de gevolgen die hieraan verbonden zijn, en dit ongeacht tot wie zij zich richten.

Op dit moment is er ruimte voor verbetering. De informatie wordt aangeboden door uiteenlopende actoren binnen de eerstelijnswelzijns- en/of gezondheidszorg. Er is geen algemeen en breed toegankelijk informatieaanbod voorhanden.

Om de juiste ondersteuning bij zoveel mogelijk ongepland zwangeren aan te bieden moet iedereen die in aanraking komt met de doelgroep op de hoogte zijn van de keuzemogelijkheden en diensten die er bestaan om de ongepland zwangeren te begeleiden. Het gaat dan zowel om de scholen, jeugdhuizen en jeugdbewegingen maar ook de professionelen zoals de centra voor leerlingenbegeleiding, scholen, centra voor algemeen welzijnswerk, arbeidsgeneeskundige diensten, huisartsen, … .

Idealiter wordt daarnaast ook werk gemaakt van een breed en laagdrempelig aanbod aan informatie, vb. via een centrale website, dat rechtstreeks toegankelijk is voor ongewenst zwangeren maar ook voor alle zorg- en hulpverleners in de eerste lijn die in hun opdrachten geconfronteerd worden met vragen hierrond. Een investering in de vorming en sensibilisering van zorg- en hulpverleners uit de eerste lijn, die mogelijks met deze vragen in contact komen, zal ervoor zorgen zij op een gepaste manier reageren en de ongepland zwangere toeleiden naar de juiste voorzieningen.

Bij adopties uit het verleden wordt zelden over de rol van de vaders gesproken; ook in de huidige begeleidingen van ongepland zwangeren blijven de vaders dikwijls uit zicht. Waar enigszins mogelijk, is oog hebben voor de vaders van het ongeboren kind en de ruimere relationele context van de zwangere een belangrijk aandachtspunt in de hulpverlening.

AANBEVELING 17

Het panel raadt aan om een portaalwebsite te voorzien waarin alle informatie voor ongepland zwangeren wordt opgenomen (opties, wettelijke bepalingen, procedures, …). Alle professionele diensten worden via deze website bekendgemaakt, zowel deze die gelinkt zijn als een bepaalde keuze (zoals adoptiediensten of abortuscentra) als diegene die geen initiële keuze inhouden (zoals Fara).

Het panel ziet ook een grote nood naar een brede maatschappelijk sensibilisering zodat ook de (niet-professionele) organisaties bij de doelgroep op de hoogte zijn van de mogelijkheden.

Een informatie- en sensibiliseringscampagne voor de eerstelijnszorg (zoals huisartsen en onderwijs) zal ervoor zorgen dat deze groep professionele hulpverleners gepast reageren op vragen van ongepland zwangeren. Zij zullen hen dan ook kunnen toeleiden naar de meest aangewezen dienst, rekening houdend met de specifieke vraag van de ongepland zwangere.

35

Anonieme/discrete bevalling

Bij de analyse van de problematiek van gedwongen adopties blijkt dat ongepland zwangeren ook vandaag nog soms in situaties terecht komen waar ze geen uitweg meer vinden en ook geen hulp vinden. Zij wenden zich dan nu tot Frankrijk (anonieme bevalling) of tot de vondelingenschuif. Een regeling dringt zich volgens het panel dan ook op.

Het gaat hier om een genuanceerd verhaal. Er is binnen het panel geen consensus gevonden over de volledige uitwerking van een regeling rond anoniem en/of discreet bevallen. Over een aantal elementen is het panel het wel eens.

In de beleidskeuzes moet het perspectief van alle partijen meegenomen worden. Ongeacht welke keuze over anoniem/discreet bevallen genomen wordt, betrokkenen zullen op een bepaald ogenblik naar elkaar op zoek gaan en er zullen belangenconflicten opduiken.

Bij de keuze voor een regeling rond discrete/anonieme bevalling moet er aandacht zijn voor een omkaderde zorg voor iedere ongepland zwangere. De drempel mag hierbij niet te hoog zijn. Het

gevaar bestaat dat de doelgroep waarvoor deze regeling noodzakelijk is, niet bereikt wordt omwille van de te hoge drempels of omdat zij zelf willen beslissen of en wanneer welke gegevens worden bekend gemaakt. Counseling van deze vrouwen is dan ook onontbeerlijk, ongeacht welke keuze er gemaakt worden. Het beleid moet er rekening mee houdend dat een invoering van een regeling waarbij niet genoeg aandacht is voor de omkaderende zorg, het probleem mogelijks niet zal oplossen.

Een evaluatie van een ingevoerde regelgeving zal dan ook noodzakelijk zijn om na te gaan of de doelgroep waarvoor de regeling bedoeld is, ook effectief bereikt wordt.

AANBEVELING 18

Het panel onderlijnt de noodzaak tot het ontwikkelen van een regeling rond discrete/anonieme bevalling die makkelijk toegankelijk is.
Bij deze regeling moet het perspectief van alle partijen opgenomen worden en moet er iets voorzien worden voor de afweging en oplossing van mogelijke belangenconflicten.

36

Regeling afstammingsvragen

Het expertenpanel merkt op dat de huidige praktijk rond draagmoederschap (geen verbod – maar evenmin een wettelijke regeling) belangrijke risico’s inhoudt voor alle betrokkenen, risico’s die op sommige vlakken gelijkenissen vertonen met de feiten waarvan melding wordt gemaakt in de getuigenissen over gedwongen adoptie.

Inzake anoniem donorschap, pleiten belangenverenigingen van donorkinderen al langer voor meer transparantie over hun afkomst: zij geven te kennen dat ze een sterke behoefte voelen om meer te weten over hun onbekende biologische ouder, bijvoorbeeld om zo blinde vlekken in hun identiteit te kunnen invullen of om toegang te krijgen tot relevante medische informatie.

De vraag vertrekt vanuit de overtuiging dat elk kind recht heeft op informatie die rechtstreeks betrekking heeft op zijn of haar eigen identiteit. Deze visie wordt internationaal onderschreven, niet alleen in het Internationaal Verdrag over de Rechten van het Kind, maar ook in een wettelijk verbod op donoranonimiteit in alsmaar meer landen (bv. Nederland, Verenigd Koninkrijk, Zweden).

De belangenverenigingen van donorkinderen vinden dat België deze maatschappelijke evolutie niet kan blijven negeren en eveneens moet evolueren naar een humanere wetgeving, die maximaal rekening houdt met de rechten van het donorkind.

AANBEVELING 19

Het expertenpanel wil de bevoegde parlementsleden uitdrukkelijk uitnodigen om het debat rond afstammingsvragen te voeren. Naast de regeling voor discrete/anonieme bevalling (zie aanbeveling 18) zijn ook regelingen rond draagmoederschap, (anoniem) donorschap,… dringend noodzakelijk.

37

9. Nawoord
Dit rapport mag en kan niet het eindpunt zijn van een traject, maar veeleer een aanzet tot:

  •   het verder vorm geven aan aanbevelingen inzake erkenning en herstel, samen met vertegenwoordigers van slachtsoffers;
  •   de nodige regelgevende hervormingen inzake binnenlandse adoptie;
  •   reflectie over praktijken vandaag, ook met hiermee verwante thema’s die qua aantallen inde hedendaagse context belangrijker worden dan adoptie.Het panel hoopt dat de uitvoering van de aanbeveling voorkomt dat in de nabije of verre toekomst de overheid en de samenleving opnieuw vaststellen dat zij gefaald hebben. Het panel denkt daarbij in eerste instantie aan het beleid rond donorkinderen en draagmoeders.Anderzijds mogen we niet de illusie creëren dat we vandaag “alles” kunnen regelen of kunnen voorzien hoe in de toekomst op deze periode zal teruggekeken worden.Toch vindt dit expertenpanel, dat zich gebogen heeft over de gedwongen adopties, dat de overheid alles in het werk moet stellen om dergelijke trauma’s in de toekomst te vermijden.De leden van het expertenpanel waren erg geraakt door het diep menselijk leed dat geboorteouders en geadopteerden ervaren in deze context. Ze hopen door het formuleren van deze aanbevelingen bij te dragen tot de erkenning van dit leed en het herstel voor de betrokkenen. Het expertenpanel bedankt de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, de heer Vandeurzen en de leden van de commissie WVG in het Vlaams Parlement voor de mogelijkheid die hen hier geboden werd.
[ + ]